Bikkembergs Kurt (1963)

Kurt Bikkembergs wordt geboren op 5 augustus 1963 in Hasselt en zet begin jaren '70 zijn eerste stappen in de muziekwereld. Aan het conservatorium van Hasselt studeert hij notenleer, piano, harmonie en trompet. In 1978 vervolgt hij zijn verdere humaniora-opleiding aan het Lemmensinstituut, waar zijn belangstelling voor compositie groter wordt. Aan dezelfde school specialiseert Bikkembergs zich vanaf 1981 in muziekpedagogie, compositie (bij Luc Van Hove), koordirectie (bij Erik van Nevel) en orkestleiding (bij Edmond Saveniers). In 1990 verkrijgt hij het hoger diploma voor koordirectie met onderscheiding. Momenteel is Kurt Bikkembergs koorleider en assistent schriftuur, compositie en koorleiding aan het Lemmensinstituut en dirigeert hij de Capella di Voce. Hij is eveneens gastdirigent bij het Vlaams Radio Koor en sinds 2002 ook artistiek directeur van het Koor van de Vlaamse Opera. Samen met Willem Ceuleers vervult hij de functie van kapelmeester aan de Brusselse St.-Michiel- en St.-Goedelekathedraal. Daarnaast is hij dirigent/artistiek leider van het EUROCHOR (AGEC) en actief medewerker van het EMJ te Neerpelt, van Europa Cantat (Musica Consultant), en van Koor & Stem (Componistenlink). Regelmatig wordt hij gevraagd voor producties en cursussen bij o.a. Muzikamp, de Vlaamse koorfederaties, de Sint-Gregoriusvereniging (Nederland), de K.U.Leuven en de Belarusian University of Culture te Minsk. Zijn compositorische prestaties werden ondertussen al bekroond met verscheidene nationale onderscheidingen zoals de Hasseltse Burgemeester P. Meyersprijs (1991), de Cera Jeugd en Muziekprijs voor compositie (1993), de Prijs voor Vocale Compositie te Waregem (1994),het Gulden Spoor (2003) en de Internationale compositieprijs van de stad Hasselt (2004).

Werkbespreking

Tot 1986 componeert Bikkembergs in de lijn van de Vlaamse romantiek. Een keerpunt in zijn muzikaal leven wordt de deelname aan de Internatonale Chorakademie Krems in Oostenrijk waar hij les krijgt van Heinz Kratochwil. Im Nebel (1987), op tekst van Hermann Hesse, bevestigt zijn nieuwe stijl. De modale toonspraak wordt verruimd en enigszins verlaten naar de vrije atonaliteit toe, met akkoordkleuren als "leidend thema". Deze nieuwe harmonische taal ondergaat doorheen de volgende composities weinig transformaties. Een vrije harmonisatie, pedaaltonen en zich opstapelende akkoordconstellaties tot complexere klankstructuren komen het meest voor. Als uitzondering gelden de koorzettingen van tien 16de- en 17de-eeuwse eenstemmige koralen, waarin de componist het religieus karakter onderstreept door tonaal en vrij homofoon te schrijven. Vanaf de jaren '90 geraakt de componist eveneens in de ban van het idée-fixe van de versnelling, dat hij verklankt aan de hand van gemengde en asymmetrische maatsoorten en maatwisselingen, die de metrische regelmaat doorbreken en een pulserende ritmiek suggereren. In Altomobiel voor altviool en piano (1992) wordt deze tendens volledig uitgecomponeerd. Beweging en rauwheid worden gesuggereerd door een octotonisch asymmetrisch basismotief van 8 achtste noten metrisch en melodisch te variëren in een quasi-rondostijl. In de Missa in honorem Sancti Norberti (1993), een traditioneel ordinarium voor gemengd koor en orgel en doorweven met psalmteksten rond Norbertus, kenmerkt het Gloria zich door een sterke ritmische gedrevenheid met polyritmische passages, wat resulteert in een groots opgezet spanningsveld doorheen de hele lofzang.
De idee van het verhaal uit zich ook op het formele niveau. Binnen vocale werken wordt de constructie voornamelijk vanuit de tekst gedacht, waarin de linguïstische structuur de muzikale syntactische bouw bepaalt. Veelal zullen de afwisseling en toepassing van syllabische en melismatische tekstplaatsingen, het opzetten van contrapuntische technieken en harmonische alteraties, het wijzigen van de bezetting, het uitbouwen van aleatorische en strikt metrische passages, het invoegen van dynamische schakeringen, het gebruik van madrigalismen en tekstschildering en de hantering van "extended performing techniques" de continuïteit, diversiteit en de specifieke sfeer van de compositie verzekeren. Dat Bikkembergs een bepaalde stemming trefzeker kan oproepen, bewijzen de koorcomposities Suite (1996) en Aanwezigheid (1998), beide gebaseerd op een gedicht van een Nederlandstalige dichter, resp. Gerrit Achterberg en Paul Van Ostayen. In Aanwezigheid worden de gevoelens van de poëet voor zijn geliefde door Bikkembergs op alle vlakken uitgewerkt. Het lyrische, dromerige karakter van het gedicht wordt muzikaal uitgedrukt door een modaal toonstelsel en de invoeging van aleatorische passages. De vlakke, zachte dynamiek en de accentuering van de vrouwenpartijen werken het concept minutieus af. In de expressionistische poëzie van Paul Van Ostayen wordt het humanitair aspect vaak carnavelesk uitgedragen in experimentele zinsstructuren, die Bikkembergs vooral ritmisch weet te accentueren. Over de ganse lijn wordt een verwijd tonale toonspraak aangehouden waarin eenstemmige en meerstemmige homofone en canonische passages elkaar afwisselen. Typisch voor deze bundel is de muzikale uitdrukking van de in de titel vermelde dansen door de piano (charleston, polka, wals, polonaise). In het voorlaatste werk Polonaise verwerkt de componist twee citaten uit het volkslied Ik zag Cecilia komen, die in de tekst expliciet worden genoemd.
Een van de hoogtepunten binnen de carrière van Bikkembergs is wellicht het negendelige Mirjam-oratorium voor sopraan-solo, gemengd koor en meisjeskoor, strijkers, orgel, piano en slagwerk (1996), dat net zoals de andere vocale composities vormstructureel geënt is op de tekstbronnen. Het libretto, dat samengesteld en geschreven werd door René Geldof en de componist zelf, beschrijft Maria's levensloop van haar geboorte tot aan haar kroning. Als oratorium is Mirjam een authentieke weergave van het genre dat zijn ontstaan kende in de 17de eeuw: een uitgebreide muzikale zetting van een gewijde tekst, waarbij dramatische, verhalende en contemplatieve delen elkaar afwisselen. Heel de compositie door staat de muziek ten dienste van het woord, hetzij door "enscenering" van de gevoelens, hetzij door tekstschildering. Zo wordt in deel 1 (Flos de radice jesse) de gezongen passage over de dansende Maria muzikaal begeleid door een tamboerijn en metrisch geaccentueerd door een afwisseling van een samengestelde en een onregelmatige maatsoort (resp. 6/8 en 7/8). In deel 2 (Ave gratia plena) wordt de uit de hemel afdalende engel auditief weergegeven door fugatische inzetten en de grootsheid van de boodschap gevisualiseerd door het scenisch handelen van de sopranen en de alten (het wegwandelen van het podium en het omringen van het publiek). Naast de Tonmalerei, wordt ook de emotionaliteit, zoals de bewustwording van Maria in het vijfde deel (Et invenerunt eum), bijzonder vindingrijk in scène gezet door de constructie van een lange climax, waarvan de vocale bezetting op het hoogtepunt uit 2 koren en een sopraan bestaat die begeleid wordt door een terugkerend, asymmetrisch, unisono-spanningsmotief in strijkers en piano en lange notenwaarden in het orgel.
Ook binnen sommige instrumentale composities wordt aan teksten gerefereerd. In Apocalypsis voor koperensemble (1997) worden passages uit de Openbaring van Johannes programmatisch uitgecomponeerd en in Romania -een vierdelig geplande symfonie- worden de ervaringen van de componist met de ontwikkelingen in Roemenië tijdens en na het Ceaucescu-regime beschreven. In De wens van de wind (1994), balletmuziek voor 10 instrumenten, schildert het ensemble de woorden en gevoelens van een recitant. In dit tragisch sprookje worden zowel natuursituaties (storm), handelingen (dans), als mensen (jongen en meisje) muzikaal uitgebeeld, met als apotheosepunt de contrapuntische versmelting van 3 verschillende motieven. In absolute instrumentale werken zoals Sebastiaan, voor beiaard (1992) en Thoughts for tenor saxophone and band (1995) wordt de vorm via andere principes bepaald. Het structuurelement in Sebastiaan is een soggetto cavato da vocali, een thema dat afgeleid is uit de klinkers en medeklinkers van de titel, dat in verschillende gestaltes terugkeert, waaruit andere melodische patronen gedistilleerd worden en dat zowel functioneert als leitmotief en harmonische bas. In Thoughts wordt er enigszins verwezen naar het Vivalidiaanse soloconcerto door de afwisseling van ritornelli- en quasi-solofragmenten, de toenemende virtuositeit van de solist in de verschillende solo-episodes en de echo-achtige dialogen tussen de solist en het tutti.

Voor de zogenaamde ‘avondcantate’ De hovenier van de nacht (2007) werkte Kurt Bikkembergs in opdracht van de Camerata Aetas Nova samen met librettist Jos Stroobants. Deze compositie voor koor, oboe d’amore en slagwerk is gebaseerd op Jeroen Bosch’ beroemde triptiek De tuin der lusten. Bosch’ werk is beroemd om de overvloed aan monstertjes, fantasiefiguren, bizarre en bevreemdende landschappen. Zowel structureel als op het niveau van de beeldspraak lag de triptiek aan de basis van Bikkembergs’ cantate. In de woorden van de librettist: “Deze hovenier van de nacht is uiteraard Joen Bosch zelf, die zijn werk opbouwde als een zich openend nachtelijk tafereel (…) dat uitzicht geeft op een tegelijk bedreigend en fascinerend universum dat zich (…) laat lezen als een wereld die zich, sinds zijn schepping gevat in zinnelijkheid en tegennatuurlijkheid, langs een bevreemdend tuinpad voortspoedt naar zijn gerechte straf in het hellevuur.” Dat iedere hovenier tegelijk een bepaalde aantrekkingskracht voelt ten opzichte van het te wieden ‘onkruid’, is de tegenstrijdigheid waaraan Bikkembergs’ cantate zich laaft. Het elfdelige werk opent met een koraalmelodie in de oboe d’amore, aangevuld met fluisterstemmen in het koor en een door tenor solo gereciteerde melodie. Deze muzikale constellatie wordt aan het eind van de cantate hernomen, waar ze een rustpunt betekent na een climactisch opgebouwde muzikale hellevaart. Bikkembergs voert een breed scala van compositorische technieken op. Zo laat hij de zangers op de meest uiteenlopende manieren aan het woord: homofone koorfragmenten wisselen af met solopassages en momenten waarop mannen- en vrouwenstemmen tegen elkaar worden uitgespeeld. Overigens beperkt het koor zich niet tot zingen. In een maalstroom van gezongen, gefluisterde, gelachen, geblazen en door een megafoon gedeclameerde fragmenten dragen de zangers bij tot de opvoering van het inferno. Melodisch gezien worden vooral de solopassages gekenmerkt door vaak bevreemdende intervalsequenties. Naarmate de helletocht vordert, voert Bikkembergs zijn vertrouwde spel met syncopes en irrationele ritmische verhoudingen op. In de oboe d’amore (aangewend omwille van zijn zinnelijke timbre) vindt het koor afwisselend een bondgenoot en een opponent. Het slagwerk fungeert vooral als ondersteunend element, al draagt het o.m. in deel IX (‘De helse muziekjes’) sterk bij tot de evocatie van de hel.

Werklijst

- Composities voor gemengde stemmen: Winterstilte (1985); Im Nebel (1987); Domine Deus Meus: psalm 4 voor SATB en orgel (1987); Oktober (1989); Triptiek: aquarellen op teksten van René Geldof (1993); Missa in honorem Sancti Norberti voor SATB en orgel (1993); Suite voor SATB en piano (1996); Aanwezigheid (1998); Arenbergmotetten (1999); Missa Brevis (2002); Missa domenica in Palmis (2003); Historietas del viento (2003); Super flumina Babylonis (2004); Prometheus (2004); Songs about Love (2004); On Death (2004); The sky is filled with Stars and the Sun (2004); Confirma hoc Deus (2006); Herbst (2006); Pater, si non potest hic calix transire (2006); Veritas mea (2007); Ecce sacerdos magnus (2007); Beati mundo cordi (2007); Psalm L (2007); Tram 11 (2007); Missa Iesu redemptor (2007); Antiphone (2007)
- Composities voor gelijke stemmen: Kinderwensen voor SSA (1987); Het meisje en de zee voor SSA (1994); Stabat Mater voor TTBB (1995); Even such is Time -Tantum ergo voor stemmen, koperkwintet en orgel ad libitum (2000); Omnes nu laat ons Gode loven voor SSA (2002); This we know voor SSA (2003); Psalmi Novi voor SSA (2003); Passio secundum Iohannem voor TTB (2002); Veritas mea voor TTB (2007); Ecce sacerdos magnus voor TTB (2007); Beati mundo cordi voor TTB (2007)
- Composities voor kinderstemmen: 't Prinsesje met de blauwe ogen (1995); HYPNOS voor kinderkoor, twee dwarsfluiten en toy instruments (1998); Paella met noten (2000); OEWA OEWA OE! (2003); Kakelbont (2005); Fiddle-de-dee (2007); Kersthond (2007)
- Composities voor gemengde stemmen en uitgebreid instrumentaal ensemble: Rorate Caeli voor SSA, SATB, SSATBB en SSATBB (1992); Mirjam voor sopraan, SSA, SATB, orgel, piano, strijkers en slagwerk (1996); Incipit Apocalypsis Iohannis Apostoli voor mezzo-sopraan, 2 tenoren, bariton, vrouwenkoor, 7 solisten, 2 gemengde koren, kamerensemble en orkest (2000); Edel Vlamingen, thoont uwen aert voor tenor, gemengd koor, kopers, harp en slagwerk (2001); Da Pacem Domine voor SSA en drie harmonica’s (2003); Barcode Zukunft, cantate voor SSA, koperensemble, dwarsfluit, elektrische basgitaar en slagwerk (2004); Psalm 39 – I will watch my ways voor gemengd koor en strijkers (2005); Missa in honorem Sancti Michaelis Archangeli voor gemengd koor en twee orgels (2005); Via Urbis voor gemengd koor en accordeon (2006); De Hovenier van de Nacht voor gemengd koor, oboe d’amore en twee slagwerkers (2007); Te Deum Regi voor gemengd koor, orgel en harmonieorkest (2007); Omnes gentes, plaudite manibus voor gemengd koor, orgel en harmonieorkest (2008)

- Instrumentale composities: Romania part I voor symfonisch orkest (1991); Altomobiel voor altviool en piano (1992); Sebastiaan voor beiaard (1992); De wens van de wind: balletmuziek voor tien instrumenten (1994); Romania part II voor harmonieorkest (1994); Thoughts voor tenorsaxofoon en Hafa (1995); Apocalypsis voor koperensemble (1997); Romania part III voor pianokwartet (1998); Traffic voor blokfluitenkwartet (1999); Gaudeamus voor orgel (2002); Un arci iris tendido voor symfonisch orkest (2003); Nachtelike Optocht voor symfonisch orkest (2005); In Circulo Anni voor orgel (2006); The Garden of earthly Delights voor symfonisch orkest (2006); Christus Victor voor symfonisch orkest (2008)

Bibliografie

- K. BIKKEMBERGS, Op ontdekkingsreis naar koorliteratuur uit de vreemde, in Adem, 1, 1992, pp. 25-29
- K. BIKKEMBERGS, Onvoltooide autobiografie, in Vlaanderen, 47/4, 1998, pp. 188-192
- K. VAN DEN BUYS, De Apocalyps volgens Kurt Bikkembergs, in Muziek en Woord, 26, 2000, pp. 25-26

- K. BIKKEMBERGS, (Jeugd)Koor in beweging, in Adem, 2005/1.
- K. BIKKEMBERGS, “En hoe gaat het met de kindjes?”, in Adem, 2006/4.
- K. BIKKEMBERGS, “And, how are the children?”, in Europa Cantat Magazine 3/07.

Discografie

- Winterstilte (Jeugdkoor O.L.V.-Ten Poel o.l.v. Kurt Bikkembergs), Poketino 0013
- Sebastiaan (Eddy Mariën, Luc Rombouts, Koen Van Assche), GRE 1594
- Missa in honorem Sancti Norberti (Joris Verdin, Peter Dejans, Musa Horti), VTP 92021
- Domine Deus Meus - Psalm 4 (Joris Verdin, Peter Dejans, Musa Horti), VTP 92021
- 't Prinsesje met de blauwe ogen (Rudy van der Cruyssen, Rundinella), Phaedra 92022
- Suite (Kurt Bikkembergs, Capella Beatae Mariae ad Lacum), KB 3481
- Romania III (Marcato Piano Quartet), René Gailly CD 8777
- Even such is Time - Tantum ergo (Kurt Bikkembergs, Festivalchöre des Internationales Kinderchorfestival Halle, Pfeiferstuhl Music Halle), IKF 5
- Incipit Apocalypsis Iohannis Apostoli (Kurt Bikkembergs, solisten, koren en ensembles van het Lemmensinstituut), KLARA FMC

- Sacred Works (Capella di Voce o.l.v. Kurt Bikkembergs), CDV 01
- Blijf niet staan (Basiskoren o.l.v. Inge Feyen), KB 0701
- De Hovenier van de Nacht (Camerata Aetas Nova o.l.v. Dieter Staelens), CAN 2007
- Gaudeamus (Op In Circulo Anni, Inge Feyen, orgel), CDV 04

Uitgever

Niet beschikbaar

Links

http://composers21.com/compdocs/bikkembk.htm
http://www.dohr.de/autor/bikkembergs.htm
www.kurtbikkembergs.be
www.choralguide.de
http://musicanet.org/

Coordinates

Sterrebos 30, 3512 Stevoort
GSM +32 497 406034

bik [dot] k [at] telenet [dot] be

 

©2003 Robbe Herreman, voor MATRIX
©2008 Katherina Lindekens, voor MATRIX (update)