Blockeel Dirk (1955)
Dirk Blockeel is geboren in 1955 in Roeselare. Na regentaatstudies talen (Nederlands, Engels en Duits) aan de Normaalschool in Torhout, volgde hij lessen aan het Lemmensinstituut in Leuven en het Koninklijk Muziekconservatorium in Gent. Daar behaalde hij eerste prijzen notenleer, praktische en geschreven harmonie, fuga, contrapunt, orgel, klavecimbel en muziekgeschiedenis.
Sinds november 1992 is hij organist van de Sint-Maartenskerk in Kortrijk. In 1994 behaalde hij de tweede prijs compositie bij zijn leraar Roland Coryn. Verder werkt Dirk Blockeel als begeleider en als leraar orgel, klavecimbel, samenspel en begeleidingspraktijk aan de academies van Izegem en Harelbeke.
Hij geeft ook voordrachten over de cantates van J.S. Bach. Deze intense Bachstudie laat ook zijn sporen na in zijn composities. Blockeel springt op een creatieve manier om met de relatie tekst-muziek en daagt vormstructuren uit. Hij houdt er bijvoorbeeld ook van om bij bestaande stukken van Bach een extra stem toe te voegen.
Naast zijn liefde voor muziek blijft hij ook intens met taal en literatuur bezig. Zo schrijft hij onder meer literair-kritische en beschouwende teksten die voornamelijk in het tijdschrift Ambrozijn verschijnen, een driemaandelijks artistiek tijdschrift. Daarnaast schreef hij ook artikels voor het maandblad Kunst & Cultuur, een uitgave van het Paleis voor Schone Kunsten.
Dirk Blockeel componeert vaak in opdracht van vrienden en op teksten van bevriende dichters. Het liefst voert hij zijn composities zelf uit samen met mensen uit zijn vriendenkring.
Werkbespreking
In het oeuvre van Dirk Blockeel valt naast de muziek voor instrumentale ensembles en composities voor orgel en piano vooral het hoge aantal liederen op. Bij het schrijven van zijn composities laat hij zich vaak inspireren door bevriende dichters zoals Roger Verkarre en Mark Meekers. Naast deze liefde voor poëzie vormen ook de actualiteit en de romankunst een inspiratiebron. Zo is Dodici pezzi commemorativi dal libro "Se questo è un uomo" di Primo Levi (1991-1993), voor twaalf saxofoons en sopraan, een voorbeeld van een stuk geënt op het boek van Primo Levi. Blockeel heeft er de passages uitgehaald die hem het meeste aangrepen zowel qua taal als inhoud. Hexacruces: six imitations in commemoration of six murdered jesuits (1990) voor hobo en klarinet heeft hij gecomponeerd naar aanleiding van de moord op zes jezuïeten in Latijns-Amerika in 1990. De compositie is gebaseerd op het getal zes. Het zijn zes canons die zijn opgedragen aan de vermoorde jezuïeten.
Het liefst voert Dirk Blockeel zijn werken zelf uit samen met vrienden bij specifieke gelegenheden. Als gevolg daarvan wordt de bezetting soms aangepast aan de mensen en de instrumenten die op dat moment voorhanden zijn. Over het algemeen is de bezetting van zijn composities eerder klassiek en traditioneel. Zo zijn de meeste ensemblestukken bijvoorbeeld gecomponeerd voor een bezetting van verschillende blaasinstrumenten met orgel of klavecimbel. Bepaalde composities springen eerder in het oog wat hun bezetting betreft. Ein Ring für Rainer Maria Rilke (1994) kan als voorbeeld aangehaald worden. Het zijn 12 liederen voor hobo, cello en slagwerk. Vooral het gebruik van slagwerk valt hier op. Slagwerk wordt zelden gebruikt in zijn composities. Ook het eerder vermelde stuk Dodici pezzi commemorativi... voor twaalf saxofoons behoort tot die uitzonderingen. Verder maakt hij zelden of geen gebruik van experimentele speeltechnieken.
Dirk Blockeel is naar eigen zeggen niet het prototype van een (post)moderne componist. Zijn grote affiniteit met het verleden, de kerkmuziek en het spirituele hebben ervoor gezorgd dat hij de boot afhoudt van de verschillende stromingen in de hedendaagse 21e eeuwse klassieke muziek. Zijn composities zijn allemaal vanuit een vrij modale of tonale invalshoek geconcipieerd en kunnen eerder traditioneel genoemd worden.
Zijn grote inspiratiebron en leermeester is Johann Sebastian Bach. Deze voorliefde heeft ongetwijfeld te maken met zijn opleiding als organist en klavecinist. Ook de Middeleeuwen en de Renaissance laten hem niet onberoerd. Bepaalde composities van Dirk Blockeel zijn bewerkingen van composities van Bach. Hij voegt er stemmen aan toe of transcribeert ze naar een andere bezetting. Contrapunctus XIII (Canon alla duodecima in contrapunto alla quinta) is daar een voorbeeld van. Het is een bewerking voor twee klavecimbels van BWV 1080 uit Die Kunst der Fuge. Daarbij wordt de eerste stem uit het vierstemmige contrapunt door de eerste klavecimbel gespeeld met daarbij een toegevoegde stem. De tweede stem wordt dan samen met een andere toegevoegde stem door een tweede klavecimbel voor zijn rekening genomen. Een tweede voorbeeld is een bewerking van BWV 1004 (Partita in d voor viool solo) voor klavecimbel. Naast een aantal bewerkingen van Bachcomposities, behoort ook een bewerking van veertien Bartókduo's tot zijn uitgebreide oeuvre. Hatvan évvel késöbb (zestig jaar later), een stuk uit 1931, heeft hij in 1991 bewerkt voor viool en klavecimbel.
De Sint-Maartenscantate (1997) bijvoorbeeld vertoont gelijkenissen met de opbouw van een Bach-cantate. Ze is opgebouwd in drie delen, die dan op hun beurt opnieuw onderverdeeld zijn. De drie delen bestaan uit een opeenvolging van recitatieven, lyrische aria's en eerder plechtige homofone koorgedeeltes. Vooral het derde deel is opmerkelijk. Het begint met een ouverture die refereert naar de Franse ouverture door het frequente gebruik van gepunte ritmes. Ook Bach verwerkte elementen uit de Franse ouverture in zijn cantates. Over het algemeen kan gesteld worden dat dit derde deel voornamelijk bestaat uit een opeenvolging van solo- en tuttigedeeltes, ingeleid door een instrumentale ouverture en afgesloten met een slotkoor. Net zoals bij Bach maakt Dirk Blockeel gebruik van variatie in zijn bezetting.
Een belangrijk gegeven in zijn vocale muziek is de relatie tekst-muziek. Blockeel zal altijd de gegeven tekst ook muzikaal tot uitdrukking brengen. Daarvoor gebruikt hij onder andere technieken die de Vlaamse polyfonisten reeds toepasten in hun vocale muziek. Zo plaatst hij bijvoorbeeld rusten voor en na bepaalde woorden die benadrukt moeten worden, gebruikt hij stijgende of dalende melodielijnen wanneer een woord een beweging in die aard wil uitdrukken en maakt hij eveneens gebruik van grote melodische sprongen om bepaalde woorden meer in de verf te zetten.
Terug naar de bron (1997) is een compositie die bestaat uit 4 geestelijke liederen voor sopraan, viool en orgel naar gedichten van Mark Meekers. Het eerste lied "Da Capo" heeft geen maatcijfer-aanduiding. Er staan wel degelijk maatstrepen, maar die zijn louter om structurele redenen aangebracht. De metrische inhoud van de maten wisselt voortdurend af. Hij neemt de tekst als uitgangspunt om een beeldende muzikale taal te creëren. Hij maakt veel gebruik van chromatische wendingen en grote sprongen in de melodie. Men kan hier moeilijk spreken van een zuiver lyrische stemvoering. De viool- en orgelpartij hebben een zelfstandige rol en hebben dus niet louter een begeleidende functie. Het ritmisch verloop van deze partijen gaat over het algemeen trager dan de zangpartij. Ook worden maar zelden motieven uit de sopraanpartij overgenomen. Het tweede lied, "Vermist", daarentegen heeft wel een maatcijfer aanduiding. Het is genoteerd in een 8/8ste maat die verder onderverdeeld moet worden in 3/8 + 2/8 + 3/8. De sopraanpartij heeft een vloeiende melodische lijn en er is zo goed als geen sprake van chromatische of in het oor springende melodische wendingen. Het tweede lied contrasteert in dit opzicht met het eerste lied. De orgelpartij zet in met een motief dat dan een maat later overgenomen wordt door de viool maar dan in de kwint. Dit doet denken aan de fuga's van het Wohltemperierte Klavier van J.S. Bach. Het is een motiefje van twee maten dat verder nog terugkeert in inversie. Waar de sopraanpartij in de tekst het woord echo laat vallen, wordt daar gretig op ingespeeld in de viool- en orgelpartij. Ze blijven het dalende tertsmotief waarop het woord echo is getoonzet de volgende maat herhalen terwijl ze daarenboven vertragen. Ook dit is een mooie illustratie van de verhouding tussen tekst en muziek. Ook de twee overige liederen "Gebrandschilderd" en "Terug naar de bron" maken gebruik van dergelijke technieken en zijn eveneens een passende illustratie van een van de belangrijkste kenmerken in het vocale werk van Dirk Blockeel.
Werklijst
- Ensemble: Hexacruces: six imitations in commemoration of six murdered Jesuits voor hobo en klarinet (1990); Aan snaren opgehangen kruisweg voor strijkkwartet (1993); Ein Ring für Rainer Maria Rilke voor hobo, cello en slagwerk (1994); Contrapunctus XIII voor 2 klavecimbels (1997-98); Subida al monte Carmelo voor twee violen (1998); Sprawl Shake Shalom voor fluit, hobo, klarinet, tenortrombone, harp, piano en slagwerk (2001)
- Vocaal: Dodici pezzi commemorativi dal libro "Se questo è un uomo" di Primo Levi voor 12 saxofoons en sopraan (1991-'93); Tonen in de tijd gelegd (1997); Tre ninna nanne su nascita, amore e morte (1997); Terug naar de bron (1997); Sint-Maartenscantate (1997); Kleine dingen in klanken (2000); De broeders kreeft bezongen (2001)
- Orgelmuziek: Vijf bezweringen (1988); Een orgel van papier (1997); Vier oprecht gemene stukken (1998)
Bibliografie
Niet beschikbaar
Discografie
Niet beschikbaar
Uitgever
Niet beschikbaar
Links
Niet beschikbaar
Coordinates
Grote Noordstraat 18, 8830 Hooglede
tel (051) 22 86 34 - fax (051) 22 86 34
dirk [dot] blockeel3 [at] skynet [dot] be
©2003 Vanessa Braekeveld, voor MATRIX








