Coeck Jan (1950)
Jan Coeck, geboren op 20 november 1950 te Wilrijk, zette zijn eerste stappen in de muziek tijdens zijn pianostudies bij Jos Bruurs. In 1968 vatte hij studies muziekpedagogie aan in het Lemmensinstituut te Leuven, waar hij sinds 1973 docent is. Hij volgde cursussen bij Jos Wuytack, Paul Schollaert, Ignace de Sutter en Stan van Vaerenbergh. Hij heeft reeds verschillende gastcursussen gegeven, onder andere in het Centrum “Musikene” San Sebastián en in de universiteit van Cádiz.
In het verlengde van zijn studies muziekpedagogie is Coeck aangesteld als pedagogisch begeleider Muzikale Opvoeding voor het bisdom Mechelen-Brussel. Daarnaast is hij voorzitter van de federatie “Musicerende Jeugd”, die reeds verschillende composities van hem heeft uitgebracht.
Naast zijn bezigheden als docent is Jan Coeck ook een bezielde componist van schoolmuziek, koor- en instrumentale werken. Daarnaast is hij auteur van diverse liedteksten en toneelwerken. Hij koestert tevens een liefde voor poëzie. Deze komt tot uiting in zijn activiteiten als voordrachtgever bij diverse culturele organisaties in binnen- en buitenland.
In 1996, 1997, 1999 en 2002 nam Coeck deel aan de compositiewedstrijd Gran Canaria. Verschillende malen won hij de wedstrijd. Zo behaalde hij bij zijn deelname in 1997 een eerste prijs met het werk Nocturno, op tekst van Gerardo Diego. Bij zijn daaropvolgende deelname in 1999 werd zijn werk Cuando los niños juegan a la guerra, op tekst van José Luis Pernas, bekroond met de eerste prijs. In 2002 werd het werk Albertiana, op tekst van Rafael Alberti onderscheiden met een eervolle vermelding. Tijdens de jaren dat hij niet deelnam aan deze wedstrijd, zetelde hij in de jury.
Werkbespreking
Door zijn studies muziekpedagogie en zijn activiteiten in de vereniging Musicerende Jeugd bestaat het oeuvre van Jan Coeck vooral uit eenvoudige, tonale werken, geschreven voor jonge mensen.
Zijn oeuvre kan hoofdzakelijk in drie grote delen opgedeeld worden: de koormuziek, de Spaanstalige koormuziek en de composities met Orff-instrumenten.
Het grootste deel van zijn werken behoort tot de eerste groep, de koormuziek. Hij componeert zowel op liturgische als op meer volkse thema’s. Om wat misdaan wordt is een liturgisch werk. Het is geschreven als gebruiksmuziek. Dit wil zeggen dat het in zijn geheel of in kleinere delen in de liturgie kan worden uitgevoerd. Doorheen het hele werk staat de muziek ten dienste van de tekst, die ten allen tijde verstaanbaar moet blijven. Het werk bestaat uit 7 delen, die elk bij een ander onderdeel van de mis horen. Dat elk deel apart kan uitgevoerd worden, wordt duidelijk in het feit dat ze elk een eigen toonaard, een andere bezetting, eigen specifieke ritmische en melodische kenmerken en een eigen tekst bevatten. Aangezien het voor jongerenensembles geschreven is, baadt het geheel in een eenvoudige sfeer, die ook de tekstverstaanbaarheid ten goede komt. De boodschap van de verschillende teksten wordt ook kracht bijgezet door de keuze van de instrumenten. Zo verschijnt in “Vlinderhoog”, het vijfde deel uit het werk, een vibrafoon als solo-instrument. De typische klanken van de vibrafoon weerspiegelen perfect het vliegen van een vlinder in de lucht. In het laatste deel Jubilate hebben de trompetten een belangrijke rol.
Door hun jubelend karakter zetten zij dadelijk de juiste toon voor dit deel. Door de grote bezetting (bijna al de voorgeschreven instrumenten komen in dit deel voor) vormt dit deel de climax van het werk. Door de intro te hernemen in het zevende deel ontstaat een cyclische geslotenheid. Om deze intro een afsluitend karakter te geven, wat het niet had in het begin, zal Coeck het nu laten eindigen op een overduidelijke tonica.
De niet-godsdienstige koormuziek is het talrijkst aanwezig in zijn oeuvre. Enkel aan de titels wordt het al duidelijk dat men te maken heeft met werken geschreven voor kinderen. Enkele sprekende voorbeelden zijn: Dat stuk met die fagot, Kadeeke en Poink poink. Dat stuk met die fagot is een duidelijk voorbeeld van Jan Coecks pedagogische bezigheden. In dit stuk, dat geschreven is voor kinderkoor, piano en natuurlijk fagot, wordt het instrument voorgesteld aan de hand van een verhaal, gezongen door het koor. Contact, een suite voor gemengd koor, instrumentaal ensemble en twee recitanten, bestaat uit 15 onderdelen. Er wordt gestreefd naar een gelijkmatige afwisseling tussen tekstvoordracht, instrumentale onderdelen en gezongen delen. Zoals de titel laat vermoeden, behandelen de delen elk een verschillende vorm van contact. In de teksten wordt het contact duidelijk tot uiting gebracht, gaande van liefde op het eerste gezicht, prille verliefdheid, tot vertederende gedichten met een verrassend grappige pointe. Elk muzikaal deel krijgt een andere bezetting, op zo’n manier dat de bezetting in het verlengde ligt van de titel van het deel en zo bijdraagt tot de algemene sfeer. Zo zal in het deel “Contrabas” de contrabas vanzelfsprekend een belangrijke rol vervullen. In het deel “La Boca” is de accordeon prominent aanwezig. Ten eerste heeft ze een begeleidende functie op het moment dat de tekst voorgedragen wordt en zal ze op de voorgrond treden in het instrumentaal deel van La Boca. Door de aanwezigheid van een accordeon wordt een sfeer gecreëerd die zeer goed past bij de inhoud van de tekst, die handelt over het contact tussen 2 mensen in een café. Deze muziek wordt gekarakteriseerd door zijn eenvoudige taal, tonaal idioom en doorzichtige opbouw.
De Spaanstalige koormuziek heeft Jan Coeck geschreven eind jaren ’90- begin jaren 2000. In die periode nam hij verschillende keren deel aan een koorcompositiewedstrijd in Spanje (zie biografie). Een werk dat in deze context ontstond, is El Caballito, geschreven voor meisjeskoor en enkele mannenstemmen. De tekst is afkomstig van een anonieme Spaanse dichter. Het is een eenvoudig werk dat uit drie korte delen bestaat. Elk deel begint met een intro gespeeld door de piano. Om een cyclische geslotenheid te verkrijgen laat Coeck het derde deel beginnen en eindigen met de intro van het eerste deel.
In het verlengde van zijn activiteiten als muziekpedagoog schrijft Jan Coeck werken voor Orff-instrumentarium. Deze worden vooral uitgegeven bij Musicerende Jeugd, een vereniging die een grote rol speelt in de ontwikkeling van de muzische vorming van kinderen. Pavane for a dead Princess is zo een werk, geschreven voor Orff-ensemble en piano. Het werk wordt gekenmerkt door een doorlopend begeleidingspatroon in de xylofoons en de drum, waarop een eenvoudige melodie zich in de overige instrumenten ontspint.
Een aantal musicals behoren eveneens tot het oeuvre van Jan Coeck. Residentie Musica is opgebouwd rond het idee van een appartement, waarvan op elke verdieping een noot woont. Via verhalen worden de noten van de toonladder do een voor een voorgesteld. Deze musical leert kinderen op een aantrekkelijke manier de verschillende noten van een toonladder kennen.
Jan Coeck schrijft eveneens arrangementen, vooral van volksliederen en licht-commerciële muziek. Tijdens de periode van 1978 tot 1992 trad hij op als begeleider van de Bob Boon Singers, voor wie hij ook vele arrangementen schreef.
Werklijst
- Koormuziek: Om wat misdaan wordt, voor gemengd koor en instrumentaal ensemble (1987); Contact, voor koor en instrumentaal ensemble (2003); Univers, voor kinderkoor en orkest; Psalm 190, voor gemengd koor en orgel; Kadeeke, voor kinderkoor en instrumentaal ensemble; Kattenkwaad, voor kinderkoor en instrumentaal ensemble; Stout liedje, in Canteclaer, liederen voor kinderkoor; Dat stuk met die fagot, voor kinderkoor, fagot en piano; Waltzing Mathilda, voor gemengd koor en piano; Con Amore, 9 composities voor jeugdkoor; Kersttriptiek, 3 Spaanse kerstliederen voor tweestemmig jeugdkoor en piano; Con Amore 2, 9 composities; Web International, cantate voor kinderkoor en instrumentaal ensemble; Poink poink, voor kinder- en jeugdkoor en piano; Por amor y pasión, cantate voor kinderkoor en instrumentaal ensemble; Tien om te zingen, 10 liederen voor AMV L3
- Spaanstalige koormuziek: Cuando los niños juegan a la guerra, voor gemengd koor; El Caballito, voor jeugdkoor en instrumentaal ensemble; Nocturno, voor gemengd koor en instrumentaal ensemble; Albertiana, voor kinderkoor en orkest; Juan Breva, voor gelijke stemmen en piano
- Koor en Orff-instrumentarium, blokfluit, instrumentaal: Pavane for a dead Princess (1997); Homm-âge, suite voor koor en instrumentaal ensemble, Orff-instrumentarium; Van Wolfje tot Amadeus, suite; Dynostie; Jabadabadoe; Kotkot-kwartet; Parade voor grote en kleine dieren, suite; Beatle Orff, suite; Sonrisa para flautas; Knipoog; Visum; Young person’s guide to the Orff-orchestra; Berceuse voor Leander, voor fluit, hobo en piano
- Musical: Residentie Musica, voor kinderkoor, fluit en piano (1996); Het Nijlpaard, voor jongeren, klavier, ad libitum slagwerk en andere instrumenten; Nondenonde, voor jongeren en instrumentaal ensemble; Residentie Musica gaat op reis, vervolg op Residentie Musica
Bibliografie
Niet beschikbaar
Discografie
- IN FLANDERS FIELDS VOLUME 22 – MUSIC FOR CHILDREN’S AND GIRLS’ CHOIRS BY FLEMISH COMPOSERS (Oxalys Ensemble, various choirs), Phaedra PHA92022
Uitgever
Wolters-Plantyn (Mechelen)
Euprint (Heverlee)
Musicerende Jeugd
CVM
Koor en Stem (Antwerpen)
Viceconsejería de Cultura y Deportes van Canarias
Links
Coordinates
Leeuwerikenstraat 67, 3001 Heverlee
jan [dot] coeck [at] chello [dot] be
©2006 Marjan Bosmans, voor MATRIX







