Swerts Piet (1960)

Piet Swerts werd op 14 november 1960 te Tongeren geboren. Hij studeerde van 1974 tot 1989 aan het Lemmensinstituut te Leuven, waar hij tien eerste prijzen behaalde.
Hij volgde onder andere piano bij Robert Groslot en Alan Weiss. Hij verkreeg er ook voor het eerst in de geschiedenis van het Lemmensinstituut de prijs Lemmens Tinel voor compositie en piano met grote onderscheiding. Aan hetzelfde Lemmensinstituut is Piet Swerts nu docent piano, analyse en compositie, en dit sinds 1982. Van 1985 tot 2005 was hij ook dirigent van het Ensemble Nieuwe Muziek van het Lemmensinstituut. Hij wordt ook veel gevraagd als jurylid bij compositiewedstrijden.

Als componist won Piet Swerts al meerdere prijzen, waaronder de Camille Huysmans Compositieprijs voor zijn Droombeelden in 1986 en in datzelfde jaar de Compositieprijs van de Provincie Limburg voor zijn Capriccio voor gitaar en kamerorkest. De Baron Flor Peeters Prijs kreeg Piet Swerts voor zijn Apocalyps I voor orgel in 1983 en in 1985 verwierf hij de prijs van de Belgische artistieke promotie voor zijn lied Ardennes voor sopraan en piano. De Sabamprijs kreeg hij voor zijn Rotations voor piano en orkest, het werk dat werd gekozen als verplicht concerto voor de finales van de Internationale Koningin Elisabethwedstrijd van 1987. De Gazet van Antwerpen zou hem in 1989 hun prijs toekennen voor zijn Symfonie nr. 1. In 1993 kreeg hij de Compositieprijs van de provincie Brabant voor een koorwerk. In 1993 werd zijn vioolconcerto Zodiac geselecteerd als plichtwerk voor de finales van de Internationale Koningin Elisabethwedstrijd van 1993. Voor dit stuk kreeg hij de Grote Prijs in de Internationale Koningin Elisabethwedstrijd voor Compositie (met ondermeer Górecki in de jury). Een belangrijk moment in zijn carrière was de creatie van zijn grootschalige opera Les liaisons dangereuses in 1996 in de Vlaamse Opera. In 2001 creëerde het Vlaams Radio-orkest zijn tweede symfonie (Morgenrot). In 2002 schreef hij Wings, een concerto voor piano en harmonieorkest dat in binnen- en buitenland een grote waardering geniet. In december 2005 wordt het werk door de componist zelf gecreëerd in de Verenigde Staten van Amerika, na succesvolle uitvoeringen in Europa en Azië. Voor de tentoonstelling Leven in Steen (10 september 2005 – 29 januari 2006 in Museumsite Leuven) schreef hij een grootschalig werk voor koor en symfonieorkest.

Werkbespreking

Doorheen het werk van Piet Swerts zien we regelmatig dezelfde kenmerken terugkomen. Piet Swerts schrijft voor het overgrote deel in opdracht. Hij is een pragmatisch componist, die stilistisch alle middelen aanwendt om het vooropgestelde doel te bereiken. Hij slaagt er in verscheidene uiteenlopende stilistische kenmerken samen te brengen door zijn uitstekende "métier", een soepele schrijfstijl die hij aanpast aan de te volbrengen opdracht. Piet Swerts hecht veel belang aan de vormconstructie. De vorm groeit met en vanuit de muziek en meestal zien we bij de werken dat de verschillende delen nauw bij elkaar aanleunen en vaak organisch in mekaar vloeien. In de verwerking van het materiaal zien we bij de componist een grote beheersing. De verwerkingswijzen zijn nooit gezocht complex. Hij integreert imitatie, polyfone verweving en schuivende panchromatische gehelen. Swerts gaat vaak erg ver in de motiefverwerking, met werken waarvan de muzikale kern van de volledige compositie kan worden herleid tot één kiemcel. Deze concentratie op de kleine cel leidt ofwel tot korte gebalde periodes, ofwel houdt hij deze concentratie langer vol. Er is ofwel een afwisseling tussen mooi opgebouwde climaxen ofwel een stilstand in de muzikale beweging.
Voor omvangrijke composities hanteert Swerts vaak het procédé van de “finale-compositie”, waarbij hij vertrekt van het einde van de compositie, wat in die gevallen het substantiële deel van de compositie is, om dan van achter naar voor de compositie af te werken. Deze werkwijze paste hij onder meer toe in het Tweede Strijkkwartet, in Magma en in het klarinetkwintet.

Enkele voorbeelden kunnen deze algemene stijlkenmerken illustreren. De twee werken waarmee Piet Swerts grote bekendheid verwierf, zijn beide gebouwd op een geometrische figuur als vormprincipe. Bij Zodiac (1992) is dat de cirkel met de tekens van de dierenriem. Voor de invulling van deze tekens gaat Swerts zich inspireren op de mensen uit zijn omgeving, een gegeven dat zal terugkeren bij zijn Symfonie nr.2 "Morgenrot" (2000). Bij Rotations (1987), een pianoconcerto gebaseerd op een reeks gedichten van Robert Schaack, is de cirkel eveneens de uitgangsidee. Het materiaal wordt hierin in een draaiende beweging tussen de solist en het orkest doorgegeven.

De Passio Domini Nostri Jesu Christi Secundum Marcum schreef Piet Swerts in 1988.
Dit groots opgezet werk is een compositie waarin we invloeden en verwijzingen kunnen benoemen: Bachs Johannespassie over een middeleeuws parallel organum tot een Mahleriaanse elegie. Verder merken we sporen van Wagner, Bartok, Ligeti, Stravinsky en Orff. Bij deze passie houdt Swerts zich niet aan de barokke conventies van het genre maar hernieuwt hij daarentegen het genre vanuit een persoonlijke benadering. De traditionele toewijzing van de geijkte rollen aan bepaalde stemmen, gaat hij bijvoorbeeld negeren. Het is een doorgecomponeerd werk zonder nummerstructuur zoals bij de Bachpassies. Swerts noemde dit werk zelf een o(pe)ratorium, wat op te vatten is als een dramatisch-expressieve illustratie van het gegeven passie.

Een synthese van Swerts' belangrijkste stijlkenmerken, vinden we ook terug in Magma, concerto grosso per violino, violoncello e archi (1989). Het werk bestaat uit 3 nauw aaneensluitende delen, waarbij het derde deel, Eruzione, de eigenlijke kern bevat. Het is een extraverte uitspatting van muzikale gevoelens, voorafgegaan door een korte inleiding, Presagio, en een scherzo-achtige tweede beweging, Il gioco delle Faville. Zoals de titel doet vermoeden, maakt Swerts in dit werk gebruik van het barokke principe van het concerto grosso. Belangrijk in dit werk is de motiefverwerking. Met één gegeven vormt hij een imposant bouwwerk. Het in elkaar grijpen van ritmes zorgt voor een muzikale architectuur, die op het einde leidt naar een als climax opgevatte coda. In dit werk merken we dat Swerts technieken van Lutos_awski verwerkt; dit zorgt bij momenten voor een ijle, onwezenlijke sfeer. De crescendo-opbouw in het eerste deel en het hele tweede deel herinnert dan weer aan de muziek van Ligeti. Magma mag dan misschien relatief traditioneel zijn, bruisen van energie doet het in ieder geval wel.

Piet Swerts schreef zijn Eerste Symfonie tussen 1989 en 1990. Het werk is volledig gebouwd op het principe van de chromatiek. De sfeerscheppende inleiding doet ons opnieuw denken aan Lutoslawski.

Na de voltooiing van Swerts' groots opgevatte opera Les liaisons dangereuses in 1996, schreef de componist zijn Klarinetconcerto (1997). Dit werk voor een beperkte orkestbezetting bestond uit één geheel, wel opgedeeld in vier delen. De verwijzing naar de klassieke concerto-opbouw is duidelijk, ook al wijkt Swerts op een aantal punten af van de traditie; de solist speelt non-stop, het langzame deel staat niet op zichzelf en bij nauwgezette analyse valt het hele concerto te herleiden tot één enkele kiemcel van drie tonen. Dit weerhoudt de componist er echter niet van met deze ene cel een omvangrijk werk op te bouwen. Het ostinaat herhaalde primitieve ritme zorgt hier voor de komische noot, die een sterk spanningsveld genereert met de ingenieuze constructie van het geheel.
Swerts' meest recente creatie is zijn Symfonie nr.2 "Morgenrot" (2000). Hij noemt het zijn meest persoonlijke werk, een compositie voor de overgang naar een nieuw millennium, dat dan ook enkele essentiële onderwerpen aansnijdt. Hij zegt er onder andere over in zijn dagboek: "De eerste drie delen zijn gebaseerd op teksten uit het Requiem. Centraal in het werk staat een deel voor twaalfstemmig koor a capella dat de muziek zelf als thema behandelt. Dit centrale gegeven zorgt dan ook voor het keerpunt in de compositie. De finale is zeer optimistisch bedoeld, en gebruikt het beeld van het morgenrood als beeld voor de toekomst. Doorheen de volledige compositie evolueert de muzikale sfeer van zwaar geladen, dramatisch over surrealistisch-impressionistisch naar euforisch motorisch; daarbij is het werk in feite geen echte symfonie, noch een echt requiem, noch een echt oratorium, maar een combinatie van de drie. Het is intieme kamermuziek voor honderd musici, een surrealistische Schubertiade anno 2000..."

Sinds 1995 maakt muziek voor blaasorkesten een belangrijk deel uit van Swerts’ oeuvre. In 2001 vroeg de European Brass Band Association hem het plichtwerk te schrijven voor de prestigieuze Europese Brass Band kampioenschappen. Na een grondige studie van het bestaande repertoire voor deze bezetting schreef Swerts een eigenwijze compositie die op sommige vlakken heel veraf staat van het typische Brass Band-werk, wat zowel positief als negatief onthaald werd. Het basisidee van de compositie is één grote opbouw, van een mysterieus begin naar een exuberante finale. Als melodisch-motivisch vertrekpunt koos Piet Swerts voor een vier-noten-motief afgeleid uit European Brass Band Championships; EBBC. Dit motief wordt doorheen de hele compositie verwerkt volgens het “chain-principe”, een techniek die Swerts leerde kennen van Witold Lutos_awski. Het werk is opgebouwd uit een aaneenschakeling van segmenten waarin het basismotief op een specifieke manier voorgesteld wordt. Uit het ene segment volgt logischerwijs het volgende, waardoor een lineaire vorm mogelijk wordt zonder dat de compositie aan coherentie moet inboeten. Op die manier is het basismotief bijna voortdurend aanwezig in de compositie en wordt het op alle mogelijke manieren aangewend.

Werklijst

- Orkest: Pianoconcerto nr. 1 (1984); Rotations (1986); Droombeelden (1986); Capriccio (1986); Symfonie nr. 1 (1990); Zodiac (1992); Klarinetconcerto (1997); Epitaph (1997); Symfonie nr. 2 (2000); Nursery Songs, voor sopraan en orkest (2003); Dance of Uzume, voor altsaxofoon en orkest (2004)
- HaFaBra: Martenizza, voor harmonieorkest (1993); Chain, voor Brass Band (2001); Cyrano, symfonisch gedicht voor harmonieorkest (2002); Wings, concerto voor piano en harmonieorkest (2002)
- Kamermuziek: Magma (1989); Sonetto 61 del Petrarca (1990); Strijkkwartet nr. 1 (1991); Strijkkwartet nr. 2 (1998); Mi-Parti, voor fluit en strijkkwartet (1998); Klarinetkwintet (2001); Idanha-a-Velha, voor fluit solo (2003); The Six Wives of Henry VIII, voor blokfluitkwartet (2004)
- Opera: Ajas (1986); Les Liaisons dangereuses (1996)
- Oratorium: Passio Domini Nostri Jesu Christi Secundum Marcum (1988)
- Koor: Missa Semplice (1993); Lauda Sion (1997)
- Liederen: Ardennes (1985); Nine Little Songs of Long Ago (1992); The Sick Rose (2000); Je t’, voor lage stem en piano (2001); Das Meer, voor sopraan en piano (2002)
- Orgel: Apocalyps I (1983); Psalmus 42 (1986)
- Piano: Burlesca (1985); Five Two Part Inventions (1991); 12 Easy Studies (1992); Two easy folksongs (1993); Pas de deux (1998); Parcours, voor 12 pianisten (2004)
 

Bibliografie

- Y. KNOCKAERT, art. Piet Swerts, in Nieuwe Muziek in Vlaanderen, uitg. dr. M. DELAERE, Y. KNOCKAERT en H. SABBE, Brugge, 1998, p.127-130
- Y. KNOCKAERT, Piet Swerts' Marcuspassie, in Musea van Vlaams-Brabant (tweemaandelijks tijdschrift), 44, 1, 1995, p. 49-51
- B. VAN CLEEMPUT, De tijdloosheid van een passie, in Muziek en Woord, 20, 4, 1994, p. 9
- F. VERDONK, Piet Swerts: elke noot op de juiste plaats, in Muziek en Woord, 19, 6, 1993, p. 4
- P. SWERTS, Het Vlaams muzieklandschap : een containerpark van cultuur?, art. in Muziek en Woord, augustus 2002
- P. SWERTS, Geest en gevoel : (mijn) muziek? Een pleidooi voor een antimaterialistische klankwereld, art. in Contra., november 2003

Discografie

- Sonetto 61 del Petrarca, Partita, Galop, ... , PIET SWERTS SPEELT PIET SWERTS, Eufoda 1251
- Passio Domini Nostri Jesu Christi Secundum Marcum, Vox temporis 92016-17
- Pianoconcerto nr. 2, Rotations (Andrei Nikolsky, e.a.), René Gailly 87501
- Vioolconcerto, Zodiac (Yayoi Toda), René Gailly, 90006
- Symfonie nr. 2 Morgenrot, Vlaams Radio Koor en Orkest (Bjarte Engeset)
- In Flanders Fields, vol. 38, BEYOND THE DREAM, Phaedra 92038

Uitgever

De Haske (Heerenveen, Nederland)
Ascolta Music Publishing (Houten, Nederland)
Chiola Music Press (Spoltore, Italië)
Heinrichshofen (Wilhelmshaven, Duitsland)
 

Links

http://www.pietswerts.be
http://www.composers21.com

Coordinates

piet [dot] swerts [at] scarlet [dot] be
piet [dot] swerts [at] lemmens [dot] wenk [dot] be
info [at] zodiaceditions [dot] eu


©2001 Jeroen Vanacker, voor MATRIX
©2005 Klaas Coulembier, voor MATRIX (update)