Swinnen Peter (1965)
Peter Swinnen werd op 31 januari 1965 in Lier geboren. Van 1983 tot 1992 studeerde hij aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel, waar hij onder andere eerste prijzen haalde voor muziekgeschiedenis, cello, kamermuziek, compositie en praktische harmonie. Hij werd gegradueerde van de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo na studies bij André Laporte gedurende de jaren 1989 tot 1992. In 1993 volgde hij master classes bij Michael Finnissy en vijf jaar later bij Brian Ferneyhough.
Van 1990 tot 1997 gaf hij celloles in verschillende muziekscholen en sinds 1992 doceert hij ook analyse in het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Hij werkte ook van 1997 tot 2004 aan de Katholieke Universiteit Leuven voor het gehoortrainingsprogramma UniSono. Sinds 2004 werkt Swinnen aan een project rond partituuranalyse, in samenwerking met het Koninklijk Conservatorium van Brussel en de afdeling Wiskunde van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast werkt hij freelance voor de VRT en wordt hij regelmatig aangezocht om bij verschillende ensembles de Live Electronics te verzorgen en ook als klankregisseur voor CD-opnamen.
Voor zijn complete oeuvre werd hem de Prijs CERA - Jeugd en Muziek Vlaanderen 1991 toegekend en zijn opera The petrifying Blue kreeg de Provinciale Prijs voor Muziekcompositie 1992 van de provincie Antwerpen. Hij schreef ook muziek voor de BRTN-film Andres, een realisatie van Dirk Greyspeirt met choreografie van José Besprosvany, die de Premio Choreografo Elettronico 1993 en twee jaar later de 34ste Prijs Bert Leysen won. Voor zijn stuk Quar'l kreeg Peter Swinnen in 1997 de "Prix de Musique Contemporaine uit Québec. Tweemaal won hij de Nationale Wedstrijd Compositie van de Koningin Elisabethwedstrijd: in 1997 met Canzone en in 2001 met Ciaccona.
Werkbespreking
Peter Swinnen is opgeleid in de traditie van de Weense School. Hierbij onderging hij veel invloed van André Laporte die zelf een groot bewonderaar is van Alban Berg.
Tijdens zijn opleiding schreef hij stukken zoals IroMania en FugaEneas. Het eerste stuk is een dodecafoon werk naar het voorbeeld van Berg. In deze "triologedia voor strijkkwartet" wordt ironie - in het eerste thema van de viool verwerkt - en manie gecombineerd. Zoals de titel ook doet vermoeden wordt het dramatisch verloop van de Griekse tragedie gevolgd, terwijl het woord "trio" uit "triologedia" wijst op een tweespalt in de vier strijkers, waarin drie kwartetleden zich tegen een geïsoleerde enkeling keren.
FugaEneas is gecomponeerd in 1990 naar Vergilius en behandelt de vlucht van Aeneas. Het verhaal speelt zich af in vier muzikale tableaus: storm op zee, brand in Troje, liefde voor Dido en vlucht uit Carthago. Dit stuk werd gecomponeerd als examenwerk compositie aan de muziekkapel en staat nog gedeeltelijk in de romantische traditie. Het beoogt een romantische sfeerschepping per tableau door de afwisseling in klankkleuren: elk tableau krijgt een specifieke orkestratie. De titel van het werk heeft meer dan één betekenis. Het aspect fuga is aanwezig in een leidmotief dat aan de hoofdfiguur wordt gekoppeld en dat ook het hoofdthema is uit Die Kunst der Fuge van Johann Sebastian Bach. Bovendien zijn de opening en het slot van de compositie uitgewerkt als een versierd koraal.
Swinnens gebruik van muzikale citaten had twee bedoelingen. Enerzijds waren deze citaten tijdens zijn opleiding bedoeld om zijn kunnen te bewijzen. Anderzijds hielpen deze citaten ook om zichzelf als beginnend componist uit te drukken.
Het tweede stadium in zijn oeuvre besloeg de periode van 1993 tot 1995 toen hij het aangeleerde op een eigen manier ging ontwikkelen. In de eerste periode - net voor en tijdens zijn opleiding - was Swinnen namelijk geëvolueerd van een eerder romantische en dodecafone schrijfwijze naar een meer vrije atonaliteit na zijn opleiding. Eind 1994 worden daar nog stochastiek, modaliteit en polyritmiek aan toegevoegd waarover meer in de schets van zijn derde compositorische periode.
Vanaf 1995-96 ontstond een meer consistente, eigen stijl. Hier begint dan ook het derde en totnogtoe laatste stadium in Swinnens werk. Terwijl in de vorige fases een verzoening werd beoogd tussen de traditie en de experimentele muziek uit de jaren 1950-70, worden nu ook ontwikkelingen van de jaren '80 en '90 betrokken bij het compositieproces. De traditie is echter nog steeds aanwezig in zijn werk. "De idee van de tabula rasa is aan mij niet besteed", zegt Swinnen. De gevolgen van zijn nieuwe compositorische ontwikkelingen zijn relatief groot. Vanaf 1996 gebruikt Swinnen nergens meer citaten omdat hij naar eigen zeggen "een persoonlijker antwoord" heeft op de traditie waarmee hij in zijn opleiding werd geconfronteerd. Bovenvermelde invloeden van de jaren '80 en '90 laten zich gelden in het intensief gebruik van de computer in het compositieproces. Als programmator heeft deze componist een eigen compositieprogramma ontwikkeld waarbij onder meer stochastiek wordt betrokken.
Zijn muziek is in tegenstelling tot de twee vorige fases niet meer atonaal maar eerder modaal - met inbegrip van kwarttonen - te noemen. Dit gebruik van een modaal systeem komt in bijna alle werken voor die geschreven zijn sinds 1995, vooral vanaf Xedalvu en het hoboconcerto Idovisu.
Toch dient benadrukt te worden dat Swinnens oeuvre niet op steeds dezelfde wetmatigheden is terug te brengen. "Elk werk creëert zijn eigen universum" meent Swinnen, waarmee wordt bedoeld dat voor elk stuk andere wetmatigheden kunnen ontwikkeld worden "zolang je maar consequent bent binnen éénzelfde stuk".
Een constante is echter wél Swinnens grote aandacht voor de titels van zijn stukken.
Zoals reeds in Nieuwe Muziek in Vlaanderen werd opgemerkt, is Peter Swinnen een narratief componist: er bestaat dus een hechte band tussen de muzikale inhoud en de titel van een compositie. Hierbij is de titel van het werk een synthese van de inhoud, wat in zekere zin bijdraagt tot de verstaanbaarheid van zijn muziek. Zijn titels zijn in navolging van zijn leraar André Laporte vaak woordspelingen. Swinnen is bovendien een melodist, maar zijn melodische schrijfwijze wordt wél verbreed naar de actuele context. Dit slaat dan eerder op een opeenvolging van tonen en soms zelfs ruisklanken. In die melodieën maakt hij ook gebruik van thema's, volgens Swinnen: "melodische thema's als de beste bouwstenen voor de muzikale structuur".
In Quar'l is een eerste aanzet te vinden van het gebruik van kwarttonen binnen zijn modale systeem. Het werk bestaat uit twee delen: een doorwerking en een re-expositie. De expositie ontbreekt, wat - zeker tijdens de re-expositie - een gevoel van onbehagen schept "alsof je iets hebt gemist". Het eerste deel is opgevat als een ruzie die belachelijk hoog oploopt, maar geleidelijk kalmeert naar de re-expositie toe.
De titel van dit klarinettenkwartet doet denken aan Charles Ives' tweede strijkkwartet dat uit drie delen bestaat, namelijk (1) Discussions, (2) Arguments en (3) The Call of the Mountains, als antwoord op Goethe's bewering dat een strijkkwartet is "als een discussie tussen vier beschaafde mannen".
De laatste jaren verschijnt er meer experiment in het werk van Swinnen. De installaties Sculpting the waves, for Marcel Duchamps uit 2004 en I’m sitting in a radio uit 2005 zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. Sculpting the waves ontstond in samenwerking met Bert Schiettecatte en bestaat uit een soort lichtgevende blokkendoos, waarbij de toeschouwer zelf de blokken kan schikken. Op die manier ontstaat er een informatiestroom tussen de blokken en worden er klanken gegenereerd. De voortgebrachte klanken zijn afkomstig van de omgevingsgeluiden die door een microfoon geregistreerd worden.
I’m sitting in a radio is een echt radio-experiment (Radio Scorpio), dat plaatsvond in het kader van het hedendaagse kunstenfestival Ithaka in Leuven. Het werk bestaat erin dat de feedback van een microfoon bij een radio (gecombineerd met omgevingsgeluiden) in de ether gebracht wordt. Hierdoor lopen er storingen door de uitzendingen.
Experimentele elementen zijn ook terug te vinden in het strijktrio Samoki (2005). Samoki is een interactief werk, waarvan de partituur opgebouwd is als een mozaïek van gekleurde korte modules. Elk instrument van het trio heeft een hoofdkleur (geel, rood of blauw, zoals een computerscherm), en speelt de modules die gemarkeerd zijn in zijn kleur of een mengkleur ervan. Zwarte en witte modules worden door iedereen gespeeld. Samoki, wat een anagram is van mosaik, heeft dan ook als ondertitel FarbenKlangSpiel. Dit refereert enerzijds aan de gekleurde modules, en anderzijds aan de onderscheiden klankkleur van de leden van het strijktrio.
De partituur - die bovendien wordt geprojecteerd - werkt als een computerspelletje in zes ‘levels’, analoog aan de zes letters van de titel. De drie muzikanten spelen de voor hen bedoelde modules, en wanneer een speler onder aan het computerscherm komt, kiest hij met een draaiknop de inbreng van zijn kleur in het volgende scherm.
De muzikanten stellen dus de partituur samen terwijl ze die uitvoeren.
Werklijst
-Orkest: FugaEneas (1990); Riflessione (1991); IdoVisu (1995); Sinfonia I (1998)
-Opera: La vieille dame et la fille nomade, opera da camera (1998); Maitre Tsa, kinderopera (2003)
-Vocaal-instrumentaal: Prometeo (1994); Atlas (1994); Alvina (2002)
-Electronisch: Hombre alado (1995)
-Koor: Non e finita la commedia (1991)
-Kamermuziek: IroMania (1990); AroPura (1992); Quar'l (1996); Canzone (1996); Rinducele (1999); Quantsi, strijkkwartet (2004); Samoki, strijktrio (2005)
-Piano: DaliRium (1990); Escurial (1991); Arabesque (1998); Palindroom (2003)
-Werk voor computer: ZimmerSpiel (1997)
-Filmmuziek: voor de film Andres (1992), voor de film La petite peau-blanche devait courber la tête devant l'Empéreur Hirohito (Frans Buyens) (2003)
- Installaties: Sculpting the waves, for Marcel Duchamps (2004); I.m sitting in a radio (2005)
Bibliografie
- art. Peter Swinnen, in International Who's Who in Music and Musicians Directory, uitg. dr. D.M. CUMMINGS, 1992, p. 1087
- M. BEIRENS, Moderne blokfluit, in De Standaard, 8/12/1998, p. 10
- W. COUVREUR, Muziek als boodschap, in Privilegie, 12, 1992, p. 32-33
- V. R., Peter Swinnen op de dansvloer. Muziek is voor mij een communicatiemiddel, in Het Belang van Limburg, 5/4/1995, p. 33
- M. DEBROCQ, Ars Musica prend le large. Ouverture du Printemps de la musique contemporaine, in Le Soir, 7/3/1994, p. 7
- Y. KNOCKAERT, art. Peter Swinnen, in M. DELAERE, Y. KNOCKAERT en H. SABBE, Nieuwe Muziek in Vlaanderen, Brugge, 1998, p. 132-133
- J.S., Muzikaal surrealisme in een hedendaagse compositie, in Het Belang van Limburg, 16/9/1992, p. 17
- Y. KNOCKAERT, Muzikale verhalen. Vlaamse componisten (12): Peter Swinnen, in Kunst en Cultuur, juni 1993, p. 32-33
- M. QUANTEN, Peter Swinnen: Xedalvu. Ommaggio a Paul Delvaux (1995), in Contemporary Music in Flanders II : Flemish Piano Music since 1950, uitg. dr. M. DELAERE en J. COMPEERS, 2005, p. 36-37
- E. RUTTEN, Spetterend van levensdrift. Feestelijke openingsavond van de zesde Ars Musica, in De Morgen, 7/3/1994, p. 27
- E. RUTTEN, Wat donker en dreigend begon... Oxalys in Gent met werk van jonge componisten, in De Morgen, 20/1/1996, p. 17
- L. VAN DER EYCKEN, De componisten NV, Muziek & Woord, april 2004
- B. VAN HEMELRIJCK, Peter Swinnen. Het werk dat nooit geschreven zal worden, in De Scène, maart 1995, p. 11-13
- F. VERDONCK, Lente van de hedendaagse muziek begint spectaculair, in De Morgen, 7/3/1994, p. 5
Discografie
- Escurial, EEN JONG GELUID, JM 5539 B
- Een pimpelpaarse wiebelfiets, ZING JE DING, De Haske - Jeugd en Muziek DHR 13.002-3/ JM 9601
- La vieille dame et la fille nomade, DIS001
- Ciaccona per Violino e Pianoforte (viool: Akiko Ono, piano: Tobias Koch), Cypres CYP9614-B
- Quar'l (Carpentier, Aldrich, Lefebvre, Plante), ATMA classique ACD 2 2281, 2003
- Risonanza (Champ d'Action), in PIANO INTERIEUR, Champ d'Action Archive Series number 01, 2004
- The black Larks Ballad (Martin, Zucchini, BRTN Philharmonic Orchestra, Foster), AUD 01003, 2003
- Toamina'k (Apsara), in GUIDE TO CONTEMPORARY MUSIC IN FLANDERS, Flanders Music Centre, 2003
Uitgever
Lantro Music (Grimbergen)
Links
Coordinates
info [at] peterswinnen [dot] be
©2001 Heleen Persoons, voor MATRIX
©2005 Rebecca Diependaele, voor MATRIX (update)








