Van Cleemput Werner (1930)
Werner Van Cleemput werd op 14 juli 1930 te Sint-Niklaas geboren. Hij studeerde aan de muziekacademie van zijn geboortestad (onder meer bij Albert Delvaux) en aan de Halewijnstichting te Antwerpen (muziekpedagogie en jeugdmuziek). Bij verscheidene conservatoriumdocenten, waaronder Nini Bulterys, nam hij privélessen voor de theoretische vakken en aan het Instituut voor Psycho-akoestica en Elektronische Muziek (IPEM) te Gent volgde hij een compositiecursus bij Karel Goeyvaerts.
Als componist is Van Cleemput hoofdzakelijk autodidact. Hij componeert sinds zijn zestiende, maar vernietigde een twintigtal jeugdwerken. Vanaf 1972 trad Werner Van Cleemput als componist naar buiten door het winnen van de Prijs August De Boeck voor een cantate voor kinderkoor en kamerorkest. Sindsdien sleepte hij prijzen in de wacht zoals o.a. de Prijs van de Provincie Luik voor zijn balletsuite voor symfonisch orkest Balletflitsen (1972), de Irène Fuerison Prijs voor zijn Suite voor Pieter Bruegel (1974), en de SABAM Prijs voor zijn strijkkwartet Children’s Portraits (1976). Werner Van Cleemput schreef het werk D'Ar Penn Ar Bed (1975), een Bretonse suite voor groot harmonieorkest, in opdracht van de Belgische radio BRT3 . Het werd gecreëerd door de Muziekkapel van de Belgische Rijkswacht. Daarnaast schreef hij naar aanleiding van de Filip De Pillecijnherdenking in opdracht van de gemeente Hamme ook het werk Suite voor Filip (1978) voor blazerskwintet.
Van beroep is Van Cleemput ambtenaar, maar daarnaast heeft hij een drukke loopbaan als musicus. Naast zijn compositorische bedrijvigheid werkt hij regelmatig mee aan play-ins, samen met Henk Van Lijnschooten. Hij treedt ook op als dirigent en publiceert regelmatig artikelen in blaasmuziektijdschriften. Van Cleemput is lid van de nationale Technische Commissie van Fedekam Vlaanderen en van de provinciale Technische Commissie van Fedekam Oost-Vlaanderen. Hij staat dikwijls in voor lezingen, studie-avonden, rondetafelgesprekken en technische adviezen. Daarnaast is hij ook een gewaardeerd jurylid op nationale en internationale hafabratornooien.
Werkbespreking
Qua esthetiek bevindt Van Cleemput zich in de Franse sfeer, met Ravel, Caplet en Debussy als voorname invloeden. Naast de interesse in de filmmuziek van William Walton gaat zijn grootste interesse uit naar het middeleeuwse volkslied en zijn modi, meer bepaald de phrygische modus. Volgens de componist kom je als het ware vanzelf in de modaliteit terecht wanneer het ‘naakte’ dominantseptiemakkoord geschuwd wordt. In de superpositie van akkoorden gaat hij de terts weglaten en een kwint toevoegen boven de septiem waardoor je reine kwinten overhoudt die een modaal effect creëren. In Arachné (1982) gaat hij op deze manier te werk. De twee thema’s in deze compositie zijn op de letters van Arachné en Athena gebouwd en vormen zo een diatonisch motief. Het werk is gebaseerd op de phrygische modus waar de tritonusverhouding fa-si in het Athena-motief zeer opmerkelijk is.
Het is opvallend hoe in talrijke werken ook het volkse elementaanwezig is. Het volkslied als dusdanig is een inspiratiebron, maar de persoonlijke verwerking sluit toch meer aan bij de spirituele Franse stijlopvatting. Zo staat het volkslied centraal in Petite Suite Provençale (1976). Het werk is gebaseerd op volksliedjes uit de Provence. Ook Les Rencontres de Saint-Flour (1980) is gebaseerd op Franse volksliederen, meer bepaald uit de Auvergne.
Music Hall (1973) is de eerste in een lange rij composities voor harmonieorkest. Hij ontpopt zich tot een specialist in het genre en zorgt zo voor een permanente Vlaamse aanwezigheid in de blaasmuziek tot ver over de landsgrenzen heen. Van Cleemput komt met zijn composities tegemoet aan de grote nood aan concertstukken voor amateuristische korpsen. Een voorbeeld daarvan is Flandria Nostra (1982). Het werk is eenvoudig van schriftuur en qua esthetiek afgestemd op het Vlaamse volkslied. De compositie is technisch niet moeilijk, maar vereist van de uitvoerders toch een instrumentale paraatheid.
Voor een compositieopdracht van Fedekam Vlaanderen schreef Werner Van Cleemput Diatribe (1990) voor fanfare. Met dit werk zag hij de gelegenheid de fanfare als volwaardige klankbron en zo ook als volwaardig orkest te profileren. Zo trachtte hij de fabel uit de wereld te helpen dat de ‘amateuristische’ fanfare niet in staat zou zijn als volwaardig orkest behandeld te worden.
Naast zijn werken voor hafabra schreef Werner Van Cleemput ook geregeld voor beiaard. In Drie Canzoni (1973) exploreert hij de melodische kwaliteiten van de beiaard en in 3 Sonneries & 1 Bis (1973) gaat hij via de boven- en ondertoonreeks op zoek naar de resonantie-effecten van de beiaard. Naast de prominente aanwezigheid van chromatische elementen is zijn voorkeur voor modi ook opvallend in zijn beiaardwerken. Zo gaat hij in Dithyrambe, Branle en Double (1975) een phrygisch volkslied verwerken. Naar aanleiding van het Beiaard Wereldcongres in 1998 schreef Van Cleemput in opdracht van de Vlaamse Beiaardvereniging Orthodoxia (1998) voor beiaard en harmonieorkest.
Van Cleemput heeft zich tot doel gesteld kwaliteitsvolle muziek voor amateurorkesten te schrijven, wat zijn composities niet steeds speelbaar maakt voor een doorsnee amateurorkest. Alle partijen zijn belangrijk en vereisen daarom enerzijds een ernstig werkend orkest en anderzijds de bereidheid om een vernieuwend en afwijkend klankbeeld te aanvaarden.
Werklijst
- Hafabra: Music Hall (1973); D’Ar Penn Ar Bed (1975); Petite Suite Provençale (1976); On the village green (1977); Les rencontres de Saint-Flour (1980); Arachné (1982); Caribbean Flush (1982); Flandria Nostra (1982); Summa cum laude (1983); The 28-82 Link (1983); Villanelle (1984); Danze (1985); Diatribe (1990); La folia (1991); The village on the hill (1995)
- Kamermuziek: Concerto Piccolo (1956); Children’s portraits (1976); Suite voor Pieter Bruegel (1974); Suite voor Filip (1978); Vijf Pastoreelkens (1980); Vaudeville suite (1991)
- Piano: Impressies (1955-57); Concertino da canera (1978); Namk’Cotss (1989)
- Beiaard: 3 Canzoni (1973); 3 Sonneries & 1 bis (1973);
Dithyrambe, Branle en Double (1975); Het beiaardlied van Lier (1985); Orthodoxia (1998)
- Orkest: Balletflitsen (1972)
- Vocaal: Ode (1985)
Bibliografie
- F. VAN EGGHEN, Autodidact uit Sint-Niklaas werd volwaardig componist, Werner Van Cleemput: een leven voor de muziek, in Gazet Van Antwerpen, 8 febr. 1981
- G. D’HOLLANDER, Componistenportret: Interview met Werner Van Cleemput, in VBV-magazine, december 2000
Discografie
- WERNER VAN CLEEMPUT COMPOSER (The concert band Lemmensinstituut Leuven, K. Dewolf en F. Violet), Molenaar MBCD 31.1029.72, 1991
- Jubilee Concert March (Muziekkapel van de Belgische Zeemacht), SOFTLY BLUE, Traxon Music 88091-2, 1995
- Namk’Cotss (Pianoduo Kolacny), MUSICA A QUATTRO MANI, Eufoda 1244, 1996
- Diatribe (Fanfare-orkest Brass-Aux-Saxes), HIGHLIGHTS WMC 2001 FANFARE, World Wind Music WWM 500.073, 2001
Uitgever
Niet beschikbaar
Coordinates
Niet beschikbaar
©2005 Ines Swartenbroek, voor MATRIX







