Van Ingelgem Maarten (1976)

Maarten Van Ingelgem werd geboren op 6 februari 1976 in Dendermonde. Na zijn Latijn-Griekse humaniora aan het Sint-Jozefscollege te Aalst en pianolessen bij Paul Van Nieuwenborgh trok Maarten Van Ingelgem naar het Koninklijk Conservatorium Brussel waar hij het Meesterdiploma Piano behaalde bij Jan Michiels. Vervolgens specialiseerde hij zich in compositie aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen bij Wim Henderickx. Maarten Van Ingelgem is dirigent van het kamerkoor voor hedendaagse muziek De Tweede Adem uit Gent en zingt regelmatig als bas bij het Goeyvaerts Consort en het Vlaams Radio Koor. Daarnaast is hij begeleider en leerkracht piano aan de muziekacademies van Ninove en Dilbeek, lid van de Raad van Bestuur van Jeugd en Muziek Vlaanderen en mede-oprichter van het Componistenplatform Aalst.  Als componist schreef hij reeds een dertigtal werken, waaronder een kameropera voor het Youth Opera Festival te Utrecht en een fluitkwintet in opdracht van de Beethoven Academie. Zijn pianoconcerto waarvoor hij de prijs voor nieuwe muziek 2005 van de provincie Oost-Vlaanderen ontving, werd in juli 2006 uitgevoerd te Sint-Petersburg. In 2007 kreeg hij opdrachten van het Europees Muziekfestival voor de Jeugd te Neerpelt en het TRANSIT Festival te Leuven.

Werkbespreking

Maarten Van Ingelgem componeerde tot nog toe voor zeer veel verschillende bezettingen. Zijn interactie met jongeren en amateurs is belangrijk en dit kunnen we in zijn werk zien doordat hij rekening houdt met de perceptie van de luisteraar of met de technische uitvoerbaarheid. Verschillende componisten hebben hem ook sterk beïnvloed. Vanuit deze invalshoek zal zijn werk besproken worden.

Zo kunnen we de invloed van Kurtág thuisbrengen vanuit zijn activiteit als leraar. Een mooi voorbeeld hiervan in zijn oeuvre is het pianowerk Asa giri Ya (2004). Het werk beeldt de sfeer en de indrukken uit die in de gelijknamige (Japanse) haiku vervat zitten. We zien dat hij met eenvoudige zaken en ruw materiaal dit werk opbouwt. Om de donkere ochtendlijke mist (morning haze) uit te beelden maakt hij uitsluitend gebruik van de onderste regionen van het klavier, waardoor een op het eerste gehoor ondoordringbare klanknevel ontstaat. Om deze klanknevel echt ondoordringbaar te maken wordt de pedaal ook de hele tijd ingedrukt gehouden. Deze klankmassa is echter in beweging en verandert continu in densiteit en timbre. Vormen lijken zich te concretiseren: er verschijnen schimmen, maar ze verdwijnen al snel opnieuw naar de achtergrond (men go their ways). Dit werkje is al een mooi voorbeeld van het spelen met klankkleuren. Op piano lijkt dit niet meteen evident, maar toch kan men spelen met klankkleuren door bijvoorbeeld een combinatie van het ononderbroken ingeduwd pedaal met het gebruik van het una cordapedaal, maar vooral door het extreme spel van dynamiek: gigantische crescendo's (met bv. metaalklank en zelfs snaarzinderen tot gevolg) en plotse onhoorbare pianissimo's die in contrast met de grote uitbarstingen een bijna strijkersachtig effect krijgen.

Zoals uit het vorige werk al duidelijk is gebleken, speelt Maarten Van Ingelgem graag met verschillende klankkleuren. Een mooi voorbeeld hiervan is Meditatio (2003). Het werk begint met 2 grote secunden. Het werken met grote secunden duikt reeds verschillende malen op in vroegere werken en is zo een constant gegeven in zijn oeuvre. In dit werk kunnen we een evolutie zien van pentatoniek naar chromatiek. De klank wordt gradueel verschoven en verstoord, nl. door het zeer langzaam doch gelijkmatig in- en uittrekken van de registerknoppen, wat een ongecontroleerde luchtcirculatie veroorzaakt in de orgelpijpen en bijgevolg onverwachte orgelklanken met zich meebrengt. Ook in zijn vroegste composities werkte hij met klankkleuren, maar dan vooral op impressionistische wijze (cfr. Debussy), zoals in Leireken (1998) waarin hij een septiemakkoord zonder kwint gebruikt. Terwijl hij in Leireken nog werkte met akkoordkleuren, is Silex een voorbeeld van zeer extreme klankkleuren.
In dit werk voor viool, altviool of cello gebruikt hij de meest hedendaagse technieken (zoals linkerhandpizzicato, pressione d'arco, kloppen op het hout,…). We hebben hier ook te maken met spatiale notatie. In dit verband is het een must om de invloed van Scelsi te vermelden. Met het Quattro pezzi su una nota sola van Scelsi vond Maarten Van Ingelgem een evenknie voor zijn experimenten met klankverschuivingen en voor het gebruik van weinig noten in een werk. In dat werk zoekt Scelsi steeds klankverschuivingen van de ene naar de andere klankkleur. Een van de eerste blauwdrukken van deze invloed kunnen we bij Maarten Van Ingelgem bemerken in het werk Gen (2002). Er wordt vanuit het niets 20 seconden lang een crescendo gemaakt naar pppp. Ook in Laokoön (2003) is hiervan een voorbeeld te vinden: hier gebruikt hij mini-glissando's en micro-intervallen.
Een andere belangrijke inspiratiebron is Messiaen, meer bepaald zijn derde modus.
In Verboden vrucht (2001) heeft Maarten Van Ingelgem de 2 de en 3de modus van Messiaen gehanteerd. Dit kunnen we plaatsen in zijn compositieopleiding tijdens dewelke hij zijn eigen stijlidioom probeert te realiseren door zichzelf te spiegelen aan klankwerelden die dicht bij zijn persoonlijke voorkeur aanleunen. Ook durft hij wel eens met spectra te werken. Zo zag hij dat wanneer we de derde modus van Messiaen nemen en er één noot van weglaten we te maken hebben met de eerste acht verschillende noten uit de boventoonreeks (een spectrum). Via deze spectra en de derde modus van Messiaen is de stap niet moeilijk om van het ene spectrum naar het andere te verschuiven.

De eerste twee werken in zijn oeuvre die de bovenvernoemde kenmerken (het gebruik van de derde modus van Messiaen, het spectralisme, maar ook de invloeden van Scelsi en van Kurtág) mooi illustreren, zijn Gen en E.G.O. (2002). Het werken met modi en met spectra is niet terug te vinden in E.G.O., maar in dat werk komen de invloeden van Kurtág en Scelsi dan weer duidelijk naar boven. De clusters en de vrije ritmiek verwijzen enerzijds naar Kurtág. Ook de grafische en vrije notatie wijzen in die richting. Anderzijds doen de kleurverschuivingen in dat werk ons denken aan Scelsi.
Het metrum is vrij, maar hangt toch sterk af van de ademhaling van de sopraan. Hier worden klanken van het woord ik in 7 verschillende talen uit elkaar getrokken om ze nadien weer lukraak samen te voegen om zo de klankverschuivingen in de verf te zetten. De vier aspecten komen mooi samen in Laokoön (2003). Hier voegt hij zelfs nog een extra aspect aan toe, namelijk de ordening van de partituur in de tijd, los van de traditionele metrisch-ritmische notatie. In E.G.O. gebruikt hij – net zoals in Meditatio - een spatiale notatie. Ook in Berienza (2003) werkt hij vooral met spatiale notatie. Dit doet hij echter niet in Laokoön. Dit werk staat volledig in 4/4 en de maatsoort vormt een kader waarin hij dan vrij zijn compositie neerschrijft (cfr. Ligeti).
Hier verklankt hij op zijn manier hoe de Trojaanse priester Laokoön zijn volk probeerde te overtuigen het beruchte paard te vernielen. Laokoön is naast Gen een voorbeeld van het theatrale aspect in zijn oeuvre. Het theatrale aspect komt ook naar boven in enkele andere werken, zoals in de koorwerken Suid-Afrikaans Drinklied (2005) en The wrong of spring (2005), in And darkness was upon the face of the deep en in de kameropera Infans (2003).

Zijn Pianoconcerto (2005) is in zijn oeuvre een belangrijk werk. Het is niet alleen de eerste keer dat hij voor zo 'n bezetting componeert, maar het is ook een synthese van vroegere ideeën en stijlen. Het timbre neemt een belangrijke plaats in, hoewel ook het ritme in dit werk meer invloed heeft dan in zijn andere werken. De drive die in zijn eerdere werken minder belangrijk was, maakt hier een belangrijk aspect van de typische virtuositeit van een concerto uit. Maarten Van Ingelgem is vertrokken vanuit de piano om zo het orkest als kleuring voor de piano te kunnen gebruiken.
Het pianistiek karakter en de virtuositeit vallen natuurlijk op. Aan de andere kant merken we ook weer de clusters die verwijzen naar Kurtág. Dit pianoconcerto is op vormelijk gebied geënt op de klassieke driedelige concertostructuur. Toch lopen de delen in elkaar over en is er een onderlinge uitwisseling van materiaal. Mede door de relatief korte tijdsduur van een goede dertien minuten is het een gebald statement geworden over het pianoconcerto als genre.

Werklijst

- Koormuziek: Kojiki voor gemengd koor a capella (2005), The Wrong of Spring voor zesstemmig koor (2005), Suid-Afrikaans Drinklied voor koor (2005), Koning Goeyvaerts! voor gemengd koor en vocaal kwartet a capella (2006)
- Strijkers: Leireken voor strijkorkest (1998), Silex voor cello (2003), Berienza voor viool (2003), I be not voor strijkkwartet (2005)
- Anderen: Verboden Vrucht voor slagwerkensemble (2001), Gen voor sopraan, fluit, klarinet, viool, cello en piano (2003), E.G.O. voor sopraan en piano (2003), Laokoön voor altviool, hobo, sopraansax, 2 trombones en slagwerk (2003), Meditatio voor (mechanisch) orgel (2003), Infans voor één vrouwenstem, vier mannenstemmen, beiaard en orgel (2003), Soëos voor dwarsfluit en strijkkwartet (2003), Vly voor piano, viool en cello (2004), Asa giri ya voor piano (2004), Pianoconcerto voor piano en symfonisch orkest (2005), And darkness was upon the face of the deep voor hobo en piano (2005), Air voor elektrische gitaar en beiaard (2005)

Bibliografie

Niet beschikbaar

Discografie

- Meditatio (Maarten Van Ingelgem), 300 JAAR FORCEVILLE-ORGEL AALST-NIEUWERKERKEN, SABAM T.M. De Schryver, 2003
- Kojiki (De Tweede Adem o.l.v. Maarten Van Ingelgem), 7 CULTUREN, 7 VERHALEN, 7 CREATIES, SABAM T.M. Skrolan 10, 2005
- Coeur d'Afrique (Tolievat en het OVKO), HARTSLAG, SABAM T.M. Hartslag 1, 2005
- Suid-Afrikaans Drinklied (Goeyvaerts Consort), COMPONISTENLINK, KOOR&STEM, SABAM T.M. K&S 007, 2006 

Uitgever

Metropolis (Antwerpen)
Lantro (Grimbergen)
Orgelkunst (Hoegaarden)

Links

Niet beschikbaar

Coordinates

Arbeidstraat 23, 9300 Aalst
GSM (0486) 84 70 04
maartenvaningelgem [at] gmail [dot] com


©2007 Bart De Vos, voor MATRIX