Van Parys Annelies (1975)

Annelies Van Parys wordt op 5 juni 1975 geboren in Brugge en zet op tienjarige leeftijd haar eerste stappen in de muziekwereld. Aan het conservatorium van Brugge studeert ze piano in de klas van Thérèse T'Sjoen, die haar de liefde en interesse voor nieuwe muziek zal bijbrengen, en kamermuziek bij de tubist Wim Belaen. In 1993 vervolgt ze haar artistieke opleiding aan het conservatorium van Gent waar ze zich specialiseert in piano bij Johan Duijck (harp als neveninstrument bij Arielle Valibouse) en compositie bij Jan Rispens, Octaaf Van Geert, Godfried-Willem Raes en vanaf 1998 bij Luc Brewaeys. In 1998 behaalt ze haar meestergraad voor piano en in 1999 die voor compositie. Daarna volgt ze nog een jaar voortgezette opleiding compositie bij Brewaeys. In 2001 behoort Van Parys tot een select gezelschap van tien componisten dat het internationale compositieseminarie van het Ictus-ensemble in Brussel mag bijwonen. Haar basklarinetsolo wordt er uitgevoerd door Harry Sparnaay en ze krijgt er les van Thierry Demey en Jonathan Harvey. In april 2001 is ze ook te gast op het Tilburgse Link-festival waar Brewaeys drie dagen lang centraal staat en waar twee van haar composities, Parole (2000) en 5 Short Stories (2001) worden gecreëerd. Annelies Van Parys krijgt in hetzelfde jaar de prijs voor hedendaagse muziek Vlaanderen/Québec voor het werk PhrasesV, dat in dat kader op 15 mei 2002 in Montréal uitgevoerd wordt door het ensemble van de Société de Musique Contemporaine de Québec (SMCQ) o.l.v. Walter Boudreau. Eveneens in 2002 schrijft ze voor het Vlaams Radio Koor de compositie Lux, die op 22 december rechtstreeks uitgezonden wordt in een vijftiental Europese landen. In 2004 krijgt Van Parys de Jeugd en Muziekprijs voor compositie. Tussen 2005 en 2007 worden uiteenlopende composities van haar hand gecreëerd en uitgevoerd in binnen- en buitenland, door gerenommeerde ensembles als Champ d’Action, I Solisti del Vento, Collegium Instrumentale Brugense en de Filharmonie. Het seizoen 2007-2008 heeft enkele opnames van kamermuziek- en orkestwerken in petto, evenals een aantal creaties (o.m. van Canzon, Hymnoi en de Tweede Symfonie). Momenteel is Annelies Van Parys als lerares piano verbonden aan het Stedelijk Conservatorium van Brugge, en als lector muziek aan de Arteveldehogeschool in Gent. Als componist in residentie bij Transparant werkt ze mee aan een project om surrealistische films uit het interbellum van nieuwe muziek te voorzien. De voorstelling van dit project (een joint-venture met de Beursschouwburg en het Filmarchief) door het Hermes-ensemble is gepland voor het voorjaar van 2009.

Werkbespreking

Het is moeilijk om Annelies Van Parys' oeuvre te catalogiseren omwille van de grote veelzijdigheid binnen haar compositorisch denken. Een aantal belangrijke aspecten kunnen toch worden belicht door te vertrekken vanuit een muziekhistorisch overzicht, waarbij gepoogd wordt het eclecticisme in deze context te beschouwen als een fundament waarop de componiste haar eigen muzikaal weefsel borduurt. De Late Middeleeuwen, Renaissance en twintigste eeuw zijn de periodes waarin Van Parys het meest graaft en waarin ze op zoek gaat naar middelen om haar werken te kleuren, maar vooral vormelijk te legitimeren.

In heel wat composities grijpt Annelies Van Parys terug naar historische contrapuntische technieken, die ze assimileert en terugbrengt tot het vormelijke niveau. In Movement (2002) past de componiste isoritmische (talea) en isomelische (color) constructies uit de veertiende eeuw toe om een toenemende complexiteit structureel te legitimeren. Daarnaast integreert ze ook extended performing techniques (battuto, behind the bridge, knock with fingers on the wood, hard bow pressure). In El Silencio (2000) wordt er enigszins verwezen naar een soggetto cavato dalle vocali door de creatie van een motief dat afgeleid werd uit de klinkers en medeklinkers van de titel. Dit motief, de noot si, wordt het middelpunt waarop de verschillende delen van de compositie gericht zijn. Tot sectie acht wordt een asymmetrische boogvorm gesuggereerd door de tessituur enerzijds exponentieel te verbreden vanuit de si naar de hoogte toe (+ 1, + 2, + 4, + 8, + 16, + 32, + 64 kwarttonen) en anderzijds een eenparige versnelling naar de diepte in te stellen (- 1, - 2, - 3, - 4, - 5, - 6, - 7 kwarttonen).
De volgende vijf delen verwerken een analoge convergerende structuur. In Maanvis (2001), geschreven voor de gelijknamige film van Isabel Bouttens, wordt een gelijkaardig parcours bewandeld, door woorden muzikaal te kleuren via hun linguistische band met notennamen: "f" staat dan voor "femme", "fis" voor "vis". Een andere reminiscentie aan de Renaissance is de integratie van canontechnieken. In 3 Miroirs (1999) verwijst de titel naar de spiegelcanon, waar de intervallen van het antecedent veranderen van richting in het consequent. De vierstemmige canon in Media Luna (2001) fungeert als toonsymbolisch procédé om een schuivende maan over de rivier weer te geven. Een dergelijk opzet wordt ook gerealiseerd in Maanvis waar de altfluit en klarinet uit elkaar groeien om de maan aan de horizon uit te beelden. Een andere techniek om een melodisch profiel op zelfstandige basis te genereren, is de augmentatio (vergroten van de duurwaarden). In het eerste deel van 3 Miroirs uit zich dit in een drie-op-vier-verhouding tussen de diskant en de bas. Ook binnen Lux (2002) en Wasser (2003) wordt een augmentatio-procédé geformuleerd. Een hoogtepunt binnen de renaissancistische formalistische theorieën is wellicht de - van oud-Griekse origine - Gulden Snede, een asymmetrische proportie waarin het grootste deel staat tot het kleinste, zoals het geheel tot het grootste deel, of anders gezegd: ab : bc = ac : ab. Van Parys adapteert deze formule vrij strikt in Media Luna en Lux en minder stringent in Wasser om meer zeggingskracht te kunnen geven aan het intredende koor. Op het gebied van de tonaliteit incorporeert ze ook modale elementen in het eerste deel van Madrigalillo (2001) en in het begin van Lux.

Naast het benutten van de vormstructurele principes uit de Late Middeleeuwen en de Renaissance, put Van Parys ook graag uit de techniciteit en het pluralistisch klankbeeld van de twintigste eeuw. In haar eerste grote werk, Catena Carminis (1996), wordt een zelfontwikkelde Latijnse tekst, bestaande uit korte zinnen en afgeleid van een Latijnse spraakkunstleer, Bartokiaans uitgewerkt door Balkanmetra en een neotonale toonspraak.
Ook in het eerste deel van Diptychon (1997), Stante Corde, verwijst de componiste naar Bartók, terwijl het tweede deel, Perpetuum Mobile, net als het tweede deel van 3 Miroirs, gebaseerd is op de melodisch-harmonische conceptie en het tempo van Ligeti's Fanfares (eerste boek van de Etudes - 1985). In Diptychon schrijft Van Parys al vrij dodecafoon, door een reeks uit te denken waarop ze akkoorden construeert, terwijl 3 Miroirs enerzijds geënt is op Messiaens "modes à transpositions limitées" door invoeging van een beperkt transponeerbare octotonische toonladder en anderzijds op de Gestalttechniek van Steve Reich. Het Gestaltprincipe werkt op een repetitief patroon dat door onderlinge combinaties een nieuw patroon genereert en zo een gevarieerd herhalingsproces op gang zet. Het in 1999 gecomponeerde Picasso 1937 (arr. 2000) kan binnen Van Parys' oeuvre zowat beschouwd worden als de belichaming van de twintigste-eeuwse muzikale systemen en mogelijkheden waaruit de componiste haar inspiratie steeds lijkt te halen. Vanaf dit werk, dat refereert aan het Guernica-schilderij en dat bedoeld is als aanklacht tegen elke vorm van oorlog, is er een compositorische evolutie merkbaar naar een statisch melodisch concept, waarin de stilte onder invloed van Salvatore Sciarrino een belangrijke positie bekleedt en dat soms verwant is met het spectralisme. Deze stroming, die vooral bloeit sinds de jaren '70 in Frankrijk, leidt de harmonie af uit het boventoonspectrum van één of meerdere instrumenten. Latere composities zoals Maanvis, PoésiesI (2000) en Lux refereren eveneens aan deze schrijfwijze.
Om de aliquottonen klinkend te maken wordt in Picasso 1937 voor het eerst geëxperimenteerd met de Lachenmann-esthetiek door gebruik te maken van de extended performing techniques. In de vocale passages wordt vooral gebruik gemaakt van spreekstem en vocaliserende elementen, en in het heterogeen instrumentaal ensemble van diverse blaas-, tokkel- en strijkwijzes, gaande van spelen zonder mondstuk en key clicks tot ricochet arco, col legno en behind the bridge. Vrijwel alle volgende composities integreren op een of andere manier deze "anatomy of sound"-gedachte. In deze context kan ook het gebruik van elektronische apparatuur niet worden geschuwd. In Picasso 1937 komen live electronics voor die de stemmen versterken of de klank moduleren. Omwille van de reverb- en delaycomponenten wordt het medium in Panic (1999) vooral gebruikt als klankmanipulator.
Het politiek engagement in Picasso 1937 krijgt vorm door het inkapselen van een citaat uit Monteverdi's Lamento di Arianna (Lasciate mi morire) en de integratie van nieuwsflarden die op de dag van de uitvoering gekozen worden (cf. Cages onbestemdheid). In verschillende andere composities is de citaattechniek ook merkbaar: zowel in PoésisI als in PhrasesV (2001) wordt een Gregoriaans fragment (resp. Dies Irae en Miserere Nobis) verwerkt.

Postcardmusic (2002) verdient een aparte vermelding. Binnen deze kleine "haiku's" wordt een "all-in-concept" belicht door muzikale en plastische aspiraties met elkaar te combineren.
Geschreven voor vrienden en geportretteerd als een postkaart werden deze werkjes ook als dusdanig verstuurd. Omwille van de miniaturisering en het eigen cachet kunnen ze gelinkt worden met de Fünf Orchesterlieder nach Ansichtskartentexten von Peter Altenberg van Alban Berg.

In opdracht van I Solisti del Vento schreef Annelies Van Parys de compositie Méditation, ter gelegenheid van Music@venture 2005. Naar eigen zeggen markeert dit werk voor dubbel blaaskwintet een keerpunt in haar schriftuur: voor het eerst werkt ze duidelijk met het klankspectrum van klokken, een element dat in nagenoeg al haar volgende werken op de voorgrond treedt. Klokken hebben een specifieke boventoonreeks, waarin de kleine terts op een andere plaats voorkomt dan gewoonlijk. In Méditation neemt dit ongewone spectrum uiteenlopende gedaanten aan. Om te beginnen worden de boventoonreeksen van bepaalde klokken georkestreerd. Zo bestaat het beginakkoord van de compositie uit de verschillende boventonen van een E-klok (wat neerkomt op een soort mi-kleinakkoord), en komen in de loop van het werk verschillende andere klokken aan het woord. Van Parys speelt echter ook met het specifieke coloriet van klokken, die altijd in zekere mate ‘vals’ klinken. Dit effect wordt bijvoorbeeld meermaals opgeroepen door het contrast tussen een akkoordische sff¬-aanzet en een daaropvolgend decrescendo, waarbij verschillende instrumenten een kwarttoon dalen. Dergelijke ingrepen hebben een sterke mimetische uitwerking: het blaasdixtuor incorporeert als het ware een klok die wordt aangeslagen en verder resoneert. Daarnaast blijkt uit Méditation ook Van Parys’ belangstelling voor het orkestreren van ruis. De fluitpartij bevat meerdere speelaanduidingen als ‘air only’ en ‘flz.’, en ook de hoboïsten lezen herhaaldelijk: ‘Gradually take reed out of mouth’. De muzikale invulling van deze ééndelige compositie laat zich samenvatten als een afwisseling tussen akkoordische en melodisch uitgewerkte passages. Die laatste worden gekenmerkt door een overvloed aan trillers, glissandi en irrationele ritmische verhoudingen. Opmerkelijk is ook de nauwkeurig uitgewerkte dynamiek, en het gebruik van kwarttonen en extended performing techniques. Annelies Van Parys contextualiseert Méditation als volgt: “De klok (of bel of gong) is in veel religies diegene die oproept tot inkeer, tot bezinning, tot meditatie. Al wie evenwel ooit ernstige pogingen tot meditatie ondernomen heeft, weet hoe moeilijk het is om geconcentreerd te blijven. Allerlei gedachten verdringen zich om je zo snel mogelijk uit je bezinning te krijgen. Hoewel de muziek niet programmatisch werd gedacht, is ze een weergave geworden van het constante gevecht tussen de (akkoordische) sereniteit waarvoor de klok symbool staat enerzijds en de (melodische) afleidingen anderzijds. Verticaliteit versus horizontaliteit of het gevecht om boven de aardse verlangens uit te stijgen.”

Werklijst

- Koorwerken: Catena Carminis voor vrouwenkoor (1996); Blake-cyclus voor mezzo-sopraan, koor en piano (1999); Media Luna en Madrigalillo voor gemengd koor op tekst van Frederico Garcia Lorca (2002); Lux voor gemengd koor, piano en orgel (2002); Wasser voor gemengd koor en strijktrio op tekst van Rainer Maria Rilke (2002-2003); In Mortem Iacobi voor gemengd koor a capella (2005); Ruhe voor mannenkoor (2007)
- Ensemblewerken: Diptychon voor strijkkwartet (1997); Picasso 1937 voor groot ensemble, vioolsolo, stem en live-electronics (1999-2000); PhrasesV voor gitaar, harp, piano en percussie (2001); Maanvis voor altfluit, klarinet, cello, harp en percussie (2001); Movement voor strijkkwartet (2002); Alba voor drie blokfluiten (2003); Fabula Rasa voor hobo en harp (2003); 3 Mew Poems voor mezzosopraan, fluit, cello en piano op teksten van Charlotte Mew (2004); Penta voor piccolo en strijkkwartet (2005); Méditation voor dubbel blaaskwintet (2005); Colours voor fluit, klarinet, strijktrio, piano en percussie (2005); Concerto voor blokfluit, strijkorkest en klavecimbel (2005); Concerto voor blokfluit, strijkkwintet en klavecimbel (arr. 2006); L'esprit Mozart voor pianotrio (2006); Ruins voor sopraan, altfluit, klarinet, cello, percussie en piano (2006); A Short Story voor fluit, klarinet, strijktrio, percussie en piano (2007); Canzon voor ensemble en piano (2007); Hymnoi voor percussietrio en stem (2007)
- Muziek voor één of twee instrumenten: Panic voor fluit en live-electronics (1999); 3 Miroirs voor piano vierhandig (1999); PoésiesI miniatuur voor altviool en cello (2000); El Silencio voor sopraan en viool (2000); Parole voor altfluit en piano (2000); 5 Short Stories voor piano solo (2001); 3 Short Stories voor twee gitaren (2001); Clamor voor basklarinet (2001); Nuances voor fluit (2001); Postcardmusic: 14 miniaturen op postkaarten voor piano, fluit, gitaar, harp of stem (2002); 5 Short Stories voor harp solo (2002); Wasser voor strijktrio (2002-2003); Alba voor blokfluitentrio (2003); Absence voor piano (en prepared piano ad lib.) (2003); Poème voor stem solo (2006); Stanza voor harp solo (2007)

- Symfonische muziek: Einklang voor symfonisch orkest (2004); Eerste Symfonie: Carillon voor symfonisch orkest (2006)

Bibliografie

Volgende werken bevatten teksten over het werk van Annelies Van Parys:
- Defoort, Antoon (Red.). Lexicon van de Muziek in West-Vlaanderen 2. Brugge, Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers, 2001.
- Roquet, Flavie. Lexicon – Vlaamse componisten geboren na 1800. Roularta Books, 2007.

Discografie

Volgende cd’s bevatten bijdragen van Annelies Van Parys:
- Miniaturen voor Archipel – 25 Vlaamse hedendaagse componisten. CC Sint-Niklaas, 2000.
- Cd bij het Lexicon van de Muziek in West-Vlaanderen (deel 2). LM, 2003. LM 01.
- Les Lauréats: Prix Québec – Flandres. Atma classique, 2002. ACD 2 2281.

Uitgever

Niet beschikbaar

Links

http://www.anneliesvanparys.be/

Coordinates

Aaigemstraat 37, 9000 GENT
tel en fax (09) 233 90 02
GSM (0474) 427 693
info [at] anneliesvanparys [dot] be

foto: copyright Myriam Devriendt



©2003 Robbe Herreman, voor MATRIX
©2007 Katherina Lindekens, voor MATRIX (update)