Rathé Filip (1966)

Filip Rathé werd geboren op 21 november 1966 te Oudenaarde. Hij behaalde Eerste Prijzen voor piano, kamermuziek, fuga en koordirectie aan het Koninklijk Muziekconservatorium Gent. Verder volgde hij directie bij László Heltay en Pierre Cao en behaalde het diploma van licentiaat in de kunstwetenschap, optie musicologie aan de Rijksuniversiteit Gent bij prof. H. Sabbe. Hij nam ook enkele lessen compositie bij Lucien Goethals. Op dit ogenblik geeft hij muziekanalyse, hedendaagse literatuur en kamermuziek voor ensemble aan het Koninklijk Muziekconservatorium Gent en muziektheorie aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen. Tussen 1992 en 2001 dirigeerde Filip Rathé het koor De Tweede Adem, dat zich toelegt op de uitvoering van hedendaagse muziek. Vanaf 1993 is hij artistiek leider van het Spectra Ensemble. Hij verzorgde reeds optredens in Europa en Zuid-Amerika en realiseerde verscheidene CD's en tal van radio-opnames. Als gastdirigent werkte hij samen met het Symfonieorkest van Vlaanderen, het Vlaams Radio Koor, het Collegium Instrumentale Brugense, het Aquarius Ensemble, het Hermes Ensemble en I Solisti del Vento. Daarnaast realiseerde hij als opnameleider meer dan 150 CD-opnames voor verschillende labels. Als componist schreef hij o.a. werken in opdracht van het vocaal ensemble Ex Tempore, het Collegium Instrumentale Brugense, het TRANSIT Festival en November Music.
Hij componeerde reeds enkele werken voor verschillende opdrachtgevers. Momenteel is hij bezig met een werk voor het Nederlandse ensemble De volharding. Zijn werken werden reeds uitgevoerd door Ex Tempore, het Vlaams Radio Koor, ASKO, het Spectra Ensemble en het Collegium Instrumentale Brugense.

Work review

De werklijst van Filip Rathé bevat nog niet zo veel werken. Zijn eerste volwaardig werk is Thatagathagarbha (1990), een werk voor fluit, viool en klarinet, besteld door G. Penson. Dit werk is voor zijn verder oeuvre van cruciaal belang. Als vertrekpunt voor Thatagathagarbha heeft Filip Rathé de biologische cycli van de mens genomen. De mens heeft namelijk een lichamelijke, emotionele en intellectuele cyclus. Vanuit een reeks noten is hij dan vertrokken om voor elk van die cycli een motief te bouwen. Het intellectuele motief bestaat uit secunden, het emotionele uit tertsen en het lichamelijke uit kwinten of kwarten. Het melodische motief bepaalt ook het ritme, meer bepaald door de plaats waar dat melodisch motief voorkomt in de reeks. En vice versa: als Filip Rathé een ritmisch motief wilde maken, dan bepaalde dat ook ineens de toonhoogte (afgeleid uit die reeks). Deze theoretische achtergrond was louter een uitgangspunt om een houvast te hebben bij het componeren. In het begin van het werk komen alleen de kwinten en de kwarten voor, nadien secunden en tertsen (met hun bijhorende connotaties). In dit werk ontstond dan (toevallig) een akkoord dat hij tot op de dag van vandaag gebruikt. We moeten echter opmerken dat hij momenteel deze piste meer en meer aan het verlaten is.

Dat akkoord is zeer eenvoudig en is niets meer dan een opeenstapeling van kwinten (bvb. la - mi – si – fa – do – sol). Deze samenklank die opvallend diatonisch klinkt, gebruikt hij vaak als harmonische onderbouw. In meerdere werken zal hij verschillende transposities ervan over elkaar laten schuiven. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is te vinden in het begin van Cançãode vidro (2004). In dit werk kunnen we drie lagen onderscheiden: de melodie, de akkoordnoten en de restanten van een canon. De tekst gaat over de stilte en er wordt dan ook geen verstaanbare tekst uitgesproken. Het is een louter fonetische tekst (vb. de lettergrepen “kala” doen ons denken aan steentjes in de golven). In het begin gebruikt hij zelfs alleen ademgeluiden. Het gebruik van ruis in zijn werk is nooit ver weg. In zijn werk Canção do caminho (1998) gebruikt Filip Rathé voor de eerste keer zijn akkoord zeer systematisch. Hij werkt hier voor de laatste keer met afleidingen van ritmische patronen uit een willekeurige reeks (op basis van dat ene kwintenakkoord). Dit koorwerk is gebaseerd op een gedicht van een Braziliaanse schrijver. De tekst is hier, in tegenstelling tot veel van zijn latere werken waar hij alleen fonetische klanken toonzet (cfr. Canção de vidro), wel nog gebruikt als tekst. Opvallend aan de gegeven voorbeelden is dat ze allemaal een literaire titel hebben. Al zijn titels zijn afkomstig uit Portugese poëzie. Met uitzondering van Canção do caminho zal hij nooit de tekst direct verstaanbaar ten gehore brengen. Het gedicht zal meestal de vorm en de inhoud bepalen (voor zover dit concretiseerbaar is). Ook wordt het emotionele verloop van het gedicht verklankt doorheen de muziek.

Het werk O ultima poema: album de retratos para György Kurtág (2001) is een mooi voorbeeld van hoe het gedicht de vorm van het werk heeft bepaald. Zoals de titel reeds verraadt, is dit werk een hommage aan Kurtág, die o.a. bekend geworden is door zijn verschillende hommages waarin hij flarden uit andere composities gebruikt.
Dit procédé neemt Filip Rathé ook over. De basis van het werk is een cantus firmus die overgenomen is uit het derde deel van het vioolconcerto van Ligeti. Zo kunnen we ook nog flarden uit een canon van Ockeghem herkennen, naast referenties aan Mahler (1ste symfonie, Das lied von der Erde), Jobim (Bossanova), Goeyvaerts, Wagner (Tristan und Isolde) en Schönberg (Pierrot Lunaire). Het bekende ritme uit Des pas sur la neige van Debussy wordt er ook in verwerkt. Het gebruik van het woord album in de titel is op zichzelf ook al een hommage aan K. Jobim. Opvallend in dit werk is dat het eindigt met de eenzame noot es. Deze noot kwam in het hele werk niet voor, maar Filip Rathé heeft deze gespaard voor de dubbele forte op het einde, wat een effect van verrassing met zich mee moet brengen. Het principe van uitsparing van een noot heeft hij geleerd van zijn mentor Lucien Goethals. Dit principe heeft hij nog eens toegepast in zijn werk Por que la muerte es mentira (2005). In dat werk gebruikt hij alle noten 1 maal behalve de fis die hij opspaart tot het einde. Net zoals we in O ultima poema: album de retratos para György Kurtág zijn tegengekomen, werkt Filip Rathé in zijn stuk voor 17 solostrijkers Das Utopias (2002) ook met ontleende zaken. Er komen verwijzingen naar het begin van de 3de acte uit Tristan en Isolde van Wagner en naar Happy Birthday in voor.

Sinds zijn kennismaking met de Duitse componist Nicolaus A. Huber en sinds hij gefascineerd is door een persoonlijk introspectief onderzoek, is hij de laatste jaren vooral gegrepen door de werking van het onbewuste bij de perceptie van muziek. We zouden zijn uitgangspunt als volgt kunnen verwoorden: Wat blijft er over wanneer we alles reduceren en ontbenen om te proberen te komen tot de essentie van de primaire (dit is niet de dierlijke maar wel de basis-) emotie? Ik laat hem nog even aan het woord: Laten we zeggen dat ik in mijn muziek (weliswaar met de nodige formele en structurele principes als houvast voor een bovenlaag) probeer te zoeken wat mij (en misschien ons?) onder de oppervlakte drijft. De perceptie van de luisteraar staat dikwijls centraal en daarover doet hij momenteel nog verder onderzoek.

La velocidad de las tinieblas (2005) is totnogtoe het laatste werk dat hij gecomponeerd heeft, en dit in opdracht van het TRANSIT Festival. Hier is Filip Rathé vertrokken van een Portugees gedicht van Leon Felipe (1884 - 1968), een gedicht waarvan ook zijn mentor L. Goethals veel hield. In zijn jonge dagen hield Filip Rathé veel van funkmuziek en deze invloed zit dan ook in dit werk verwerkt. De geamplifieerde stem begint met een typisch ritme van de funkmuziek. Nadien vinden we een mooi voorbeeld van zijn onderzoek naar het perceptieve: tijdens de eerste 15 maten (dit duurt +-2 minuten) klinkt er de hele tijd alleen een fis en nadien komen er geleidelijk andere tonen bij. Nu vraagt hij zich af hoe lang die ene noot zal doorklinken nadat die al gedaan is. We mogen er vanuit gaan dat die zeker nog enige tijd in ons onderbewuste aanwezig is. Het spelen met verschillende boventonen doet hij door instrumenten bij te voegen en weer weg te laten. Het einde van het stuk is gebaseerd op de inversie van de lijn die in het begin wordt gepresenteerd.

Filip Rathé brengt op een heel eigen manier verschillende soorten klanken naar boven, die we niet zo gewoon zijn. Het introspectieve element in zijn werk is duidelijk aanwezig.

List of works

- Koormuziek: Canção do Caminho voor SSAATTBB (1998); BB sine nomine voor SSAATTBB (1999); Canção de vidro voor SSSSAAAATTTTBBBB (2004); Por que la muerte es mentira voor gemengd koor (2005)
- Instrumentale muziek: Thatagathagarbha voor fluit, viool en klavecimbel (1990); O ultima poema: album de retratos para György Kurtág voor fluit, hobo, klarinet, basklarinet, hoorn, piano, viool 1 en 2, altviool, cello en contrabas (2001); Das Utopias voor 17 solostrijkers (2002); La velocidad de las tinieblas voor fluit (piccolo), klarinet (basklarinet), hoorn, trombone, piano, bajan, percussie, viool 1 en 2, altviool, cello, contrabas en geamplifieerde stem (2005)

Bibliography

Niet beschikbaar

Discography

Niet beschikbaar

Publisher

Niet beschikbaar

Links

http://www.spectraensemble.com

Coördinaten

Driesstraat 30D, 9050 Gent (Ledeberg)
GSM (0477) 20 32 50
filip [dot] rathe [at] spectraensemble [dot] com


©MATRIX
Teksten van Bart De Vos
Laatste aanpassingen: 2007