CEULEMANS Ivo (1905-1994)

Ivo Ceulemans wordt op 18 maart 1905 te Antwerpen geboren. Reeds op jonge leeftijd krijgt hij een half viooltje in handen en volgt hij les bij een, naar eigen zeggen, inexperte amateur-violist. Daarna volgt hij vanaf 1914 privé-les bij Peter Saenen, docent aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen. Diezelfde leraar brengt hem via concerten in contact met de moderne muziek van onder meer Milhaud, Franck en Pizetti. Omdat een muzikale loopbaan in de ogen van zijn moeder te riskant lijkt, dringt ze erop aan studies te doen met het vooruitzicht op een officieel ambt. Zo combineert hij zijn middelbare school met de lessen aan het conservatorium. Daarnaast zong hij ook in het knapenkoor van Sint Joris te Antwerpen o.l.v. Saenen. Nog voor hij zijn middelbare studies aanvat, behaalt hij zijn eerste prijs notenleer met grote onderscheiding. In 1924 begint hij als jong onderwijzer in een Antwerpse gemeenteschool te werken. Onder stimulans van Peter Saenen legt hij een hoger examen muziek af voor de middenjury. Vanaf 1925 mag hij lesgeven aan de muziekacademie van Hoboken. Hij is er leraar viool en notenleer. Zelf studeert hij ook nog harmonie en contrapunt bij Frans D’Hayer, directeur van de muziekacademie, later contrapunt, compositie en orkestratie bij Karel Candael. In 1933, de tijd van crisis en werkloosheid, wordt de muziekacademie te Hoboken gesloten. Deze wordt pas in 1942 weer geopend. Ceulemans zoekt andere wegen om aan de kost te komen. Zo studeert hij aan de avondschool voor diplomatisch handelscorrespondent en verleent hij zijn medewerking als altist aan het kamerorkest van Peter Saenen en de Sinfonia da Camera o.l.v. Löwenstein. In 1954 stelt hij zich kandidaat voor een compositiewedstrijd waarbij de Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde van Gent hem de Karel Boury-prijs voor 9 kinderliederen, waaronder Een mooie strik (1952) en De wilg (1953), toekent. Ook in 1956 valt hij in de prijzen. Met zijn eerste strijkkwartet behaalt hij de tweede SABAM-prijs. In datzelfde jaar vraagt hij als onderwijzer zijn pensioen aan en kan hij zich volledig toeleggen op de muziek. Hij wordt vervolgens in 1959 directeur van de muziekacademie in Hoboken en combineert dit met de functie van leraar viool, koor en samenspel. In 1974 gaat hij op pensioen en verlaat Antwerpen voor Ukkel. In 1980 wordt aan Ceulemans de Jef Van Hoof-prijs toegekend voor zijn Kwintet voor kopers (1980). Hij sterft op 5 mei 1994 te Mechelen.

 

Werkbespreking

Zijn stijl van componeren maakte slechts een geringe evolutie door. Toch was hij tijdens zijn leven voortdurend op zoek naar een eigen stijl. Dit zoeken werd gekenmerkt door een duidelijk dualisme. Enerzijds wilde hij voldoende bewegingsvrijheid waardoor hij steeds verder verwijderd raakte van de theorie die hem aan het conservatorium aangeleerd was, vooral op vlak van harmonie. Anderzijds zocht hij naar een stevig houvast en bleef hij trouw aan de stijl van zijn leraars Frans D’Hayer en Karel Candael. Contrapunt is bovenal de belangrijkste bouwsteen in zijn composities. Een ander belangrijk kenmerk van Ceulemans’ composities is kleinschaligheid. Lang uitgesponnen thema’s bijvoorbeeld zijn nauwelijks terug te vinden. Voorts groeien thema’s trouwens vaak vanuit een kleine motiefje of een bepaald interval. Op vlak van vormpatronen houdt hij zich meestal aan klassieke structuren zoals de sonatevorm, rondovorm, fuga en dergelijke. Toch zijn afwijkingen van deze patronen perfect mogelijk. Opvallend zijn ook de vele maatwisselingen. Deze geven de muziek een flexibel karakter. Het komt ook vaak voor dat het metrisch gevoel ondermijnd wordt. Dat leidt tot labiliteit. Labiliteit wordt ook door de harmonie gecreëerd. Weinig werken bezitten een voortekening en de componist zorgt vaak voor dissonante klanken door onder andere het veelvuldig gebruik van de overmatige kwart. Een laatste opmerkelijk aspect van Ceulemans’ oeuvre is de behandeling van de instrumentatie. Zo streeft hij naar een gelijke behandeling van alle instrumenten en instrumentengroepen, hetgeen door zijn contrapuntische schrijfwijze bewerkstelligd wordt. Daarnaast rekent hij de piano vaak tot de slagwerkgroep waardoor dit instrument zijn melodische functie verliest.

Strijkkwartet nr. 2 (1959) illustreert op een duidelijke manier de compositorische opvattingen van Ceulemans. Het meest essentiële element van deze compositie is het contrapunt, zowat de belangrijkste bouwsteen van Ceulemans’ stijl. De contrapuntische behandeling van het materiaal lijkt in het strijkkwartet telkens op eenzelfde manier te gebeuren. Eerst selecteert hij enkele motieven uit het gegeven thema, dat doorgaans relatief kort is, en laat ze vervolgens imiterend op elkaar volgen, vaak in functie van het bereiken van contrast tussen de verschillende contrapuntische lijnen. Daarnaast zal hij soms, met alweer het oog op contrast, bewust het ritme van de motieven wijzigen of de gekozen motieven samen met hun inversie in een ritmisch complementair contrapunt combineren. Het dualisme, kenmerkend voor Ceulemans’ zoeken naar een eigen stijl, komt hier duidelijk tot uiting. Enerzijds zijn de gebruikte vormstructuren doorgaans klassiek te noemen: het werk beantwoordt aan het prototype van het klassieke strijkkwartet (uitgezonderd de omwisseling van bewegingen 2 en 3), de tweede beweging wordt door een driedelige liedvorm gekenmerkt, de derde beweging is een strofisch lied en de laatste beweging een rondovorm. Toch houdt Ceulemans zich niet altijd strikt aan deze patronen aangezien de eerste beweging een onvolledige sonatevorm is. Anderzijds is de compositie doordrongen van dissonanten die voor een erg moderne klankkleur zorgen. Zo komt bijvoorbeeld in de tweede beweging van dit strijkkwartet het tritonusinterval veelvuldig voor. Opvallend zijn ook de vele maatwisselingen. Zo verschijnen in de twee laatste bewegingen van zijn strijkkwartet verschillende maatsoorten (7/8, 2/4, 3/4 en 6/8) door elkaar. Deze metrische labiliteit blijkt ook uit de tweede beweging waarin de maatsoorten 6/8 en 3/4 met elkaar gecombineerd worden. Ook harmonische labiliteit schuwt hij niet. Geen enkele beweging heeft een voortekening of werd vanuit een bepaalde toonaard gedacht.

Een vroegere compositie is het Divertimento voor klein symfonisch orkest uit 1953. Ook hier ontbreken de belangrijkste elementen, die Ceulemans’ stijl kenmerken, niet. Ten eerste zorgt hij opnieuw voor een klare structuur: Het Divertimento bestaat uit drie korte bewegingen, respectievelijk een mars (met als structuur A B A coda), een langzaam deel (thema met variaties) en een snel deel (opnieuw A B A coda). Voorts zijn de thema’s net als in zijn tweede strijkkwartet redelijk kort. Ook geeft hij met deze bezetting bewust weer voorkeur aan een kleiner ensemble. Ten vierde kiest hij opnieuw voor ritmisch complementair en imitatief contrapunt op basis van enkele elementen uit de gebruikte thema’s. En tenslotte creëert de componist net als in het voorgaande werk een vooruitstrevende harmonie door de talrijk aanwezige dissonanten maar eveneens door de sterke chromatiek in de tweede en derde beweging.

 

Werklijst

Orkestmuziek: Vlaamse Rhapsodie (1943); Feestroes (1945); Mijmering (1946); Rhapsodische schets (1947); Triptiek (1949); Divertimento (1953); Concerto per violino e orchestra (1965); Parafrase op drie volksliederen (1968)

Kamermuziek: Introduzione e rondo claudicante (1951); Strijkkwartet nr. 1 (1956); Strijkkwartet nr. 2 (1959); Icare (1962); Strijkkwartet nr. 4 (1976)

Solomuziek: Drie stemmingen (1958); Toccata (1958); Nostalgico (1960)

Hafabra-muziek: Intrada e parata (1973)

Onderwijsmuziek: Ik zag Cecilia komen (1944); Twee krabbels (1952); Martinade (1964); Twee jonge violisten op stap (1973); Quodlibet (1973)

Vocale muziek: Adeste (1941); Dopheide (1941); Een mooie strik (1952); De wilg (1953); ’t Regent (1955); Met reuzenlaarzen (1955); Fantaisie (1980)

 

Bibliografie

– C. ACHTEN, Ivo Ceulemans. Inleiding tot zijn oeuvre, licentieverhandeling KULeuven, 1981
– M. DELAERE, J. COMPEERS, Flemish String Quartets since 1950, in Contemporary Music in Flanders, uitg. dr. MATRIX, 2004, p. 56
– M. DELAERE, J. COMPEERS, Flemish Piano Music since 1950, in Contemporary Music in Flanders, uitg. dr. MATRIX, 2005, p. 54
– M. DELAERE, J. COMPEERS, Flemish Symphonic Music since 1950, in Contemporary Music in Flanders, uitg. dr. MATRIX, 2006, p. 48

 

Uitgevers

Schott Music (Mainz)
CeBeDeM (werkzaam van 1951 tot 2015)

 

Links

Meer informatie op svm.be
SVM nieuwsbrief 23 (juni 2004), art. Kamermuziek: Ivo Ceulemans

 

©MATRIX
Teksten van Machteld Buckens
Laatste aanpassingen: 2007